Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 23 oktober 2017

Onno Blom over Het litteken van de dood, VPRO Boeken, 22 oktober 2017


Kunstenaar zet de droevige werkelijkheid in leven en werk naar zijn hand

Biograaf Onno Blom (1969) voltooide na tien jaar de biografie over Jan Wolkers onder de titel Het litteken en de dood. Het is tevens zijn proefschrift. De titel is ontleend aan een litteken dat Wolkers (Oegstgeest 1925 – Texel 2007) als klein kind opliep en dat hem stempelde met het teken van Kain, de wraakzuchtige broer uit de bijbel. Blom vertelt tegen Jeroen van Kan hoe hij biograaf van Wolkers werd. Hij kende hem vanuit zijn tijd als redacteur van de Bezige Bij. Toen hij daar in 2006 wegging nodigde Wolkers hem op Texel uit en was het pleit snel beslist. Blom had al eerdere biografische schetsen van Komrij en Mulisch afgeleverd en noemt de biografie een mooi genre. Wolkers was daarbij een mysterie. Zijn werk riep de vraag op of niemand, zoals hij zei, dichter bij de waarheid bleef dan hijzelf.

Van Kan noemt Wolkers een type schrijver bij wie het steeds draait om dezelfde kernmomenten, zoals de dood van zijn broer.
Blom antwoordt dat diens schrijven een manier van bezweren is. Hij begint zijn biografie daarom met de geboorte van de kunstenaar nadat zijn broer in 1944 aan difterie aan het sterven was. Hij werd zodanig verteerd door verdriet dat hij een zon tekende die stilstond, alsof hij daarmee de tijd kon stilzetten en de dood kon stoppen. Hij besefte dat God, zoals hij in zijn gereformeerde jeugd had geleerd, niet almachtig was en besloot zijn eigen hemel en aarde te scheppen.

Van Kan toont een fragment uit het VPRO programma Het gesprek uit 1968 waarin Wolkers praat over zijn toneelstuk Wegens sterfgeval gesloten waarin hij de opstanding zonder gewilde spot op de hak neemt. Van Kan ziet daarin dat hij het verleden voortdurend laat terugkomen.
Blom zegt nog eens dat Wolkers steeds weer dwangmatig probeerde de dood te bezweren, ook door zelf voluit te leven, ook in seksuele zin. Hij kon echter de dood, ook van zijn dochtertje en zijn vader, niet kwijtraken. Hij was dan ook elke dag aan het werk als schrijver en beeldhouwer. Als ambachtsman wist hij wat hij deed. Hij gebruikte niet alleen de oerkracht maar gaf die ook vorm.

Van Kan toont nog een ander fragment uit 1981 uit het programma De schrijver waarin hij vertelt dat men leerlingen enthousiast moet maken voor literatuur.
Blom zegt dat hij veel oudere gedichten uit zijn hoofd kende. De onmatigheid kwam hierin ook weer terug.

Van Kan zegt dat er twee typen biografen zijn, zij die de persoon kennen en zij die de persoon moeten reconstrueren en dat het eerste niet het simpelste is.
Blom antwoordt dat hij voor een belangrijk deel ook bij het tweede type hoort omdat Wolkers overleed voordat ze samen de vorm van de biografie hadden kunnen doornemen. Daarna stond hij er alleen voor. Hij probeerde in zijn archief op Texel te overhalen of de waarheid die Wolkers had beschreven klopte met de werkelijkheid. Hij ontdekte dat Wolkers geluidsopnames had gemaakt van gesprekken, bijvoorbeeld met zijn model Annemarie Nauta, die hij in zijn roman Turks fruit verwerkte. Blom durft geen uitspraken te doen over de achtergrond van de obsessies van Wolkers, die in interviews ook leugens kon vertellen bijvoorbeeld over de persoon met wie hij de in De kus beschreven reis maakte.

Hier op VPRO Boeken de weergave van een gesprek dat Thomas van den Bergh met Onno Blom over zijn biografie voerde. Hier mijn verslag van Benali Boekt Turks fruit, waarin Abdelkader Benali de nodige achtergronden van deze roman opspoort.

zondag 22 oktober 2017

Theaterrecensie: alleen, Toneelgroep STAN, Toneelschuur, 21 oktober 2017


Verweesde individuen proberen elkaar ondanks alles te vinden

Sara de Roo speelde vorig seizoen in Alles is rustig de mooie rol van echtgenote van een Duitse intellectueel, die het hoog in de bol heeft. Daarvoor was ze Tussy, een van de twee dochters van Karl Marx, die anders dan haar zus Laura, strijdbaar is en iets in de wereld wil veranderen. Die laatste rol heeft haar aangezet om de werkelijkheid directer te lijf te gaan. In alleen staat ze niet alleen alleen op het toneel maar wil ook de kloof dempen die haar gescheiden van anderen houdt.

Ze heeft de Marokkaanse schrijver Fikry el Azzouzi gevraagd een stuk voor haar te schrijven die over de multiculturele kloof gaat. Zijzelf zijn als man en vrouw, allochtoon en autochtoon, gelovige en atheïst duidelijke exponenten daarvan. Sara is echter niet tevreden met het resultaat, het liefdesverhaal tussen een Marokkaan en een Vlaamse dat Fikry voor haar heeft geschreven en in een briefwisseling wisselen de twee daarover van gedachten.

In de voorstelling wisselt De Roo het vertellen van het liefdesverhaal af met het voorlezen uit hun briefwisseling, die in het voorjaar begon, een aantal maanden voor de première. Door snel van het een naar het ander over te gaan, ontstaat er gelaagdheid in haar optreden. Met subtiele middelen als een gordijn geeft ze enige dramatische vorm aan de voorstelling maar vooral is het een tekstueel gebeuren, dat door de aangrijpende inhoud de aandacht van het publiek gevangen houdt dat in een meer intieme sfeer op een kleine tribune op het podium samengebracht is.

Het verhaal vertelt de moeizame verhouding tussen Eva, de echtgenoot van restauranthouder Bruno, en Ayoub, een afwasser. Beiden voelen zich niet erg op hun plaats in deze omgeving en verschillen ook nog eens erg van elkaar. Voor hem als moslim is de shahada, de mohammedaanse geloofsbelijdenis, van groot belang, zij is journaliste en heeft afgerekend met allerlei vormen van geritualiseerd leven. Hij is zorgzaam, zij afstandelijker en een relatie lijkt er niet in te zitten tot Bruno zijn geluk vindt bij een nieuwe vriendin en Eva de band met Ayoub aanhaalt, hetgeen al meteen conflicten oplevert door met de cultuur samenhangende verwachtingen. Die worden alleen maar groter door de introductie bij familieleden en vrienden en verder gevoed door religieus geweld en tegengeweld in de maatschappij. Daarbij ontbreekt gelukkig de lichtere toets niet, zoals tijdens de kennismaking van Eva met de moeder van Ayoub, die haar eigen koekjes prefereert boven de door Eva meegebrachte taart. 

In de briefwisseling blijkt dat ze toch iets met elkaar gemeen hebben, namelijk dat ze beiden geen witte mannen zijn die op arrogante wijze hun macht uitoefenen. Vanaf het begin hebben Sara en Fikry werkelijk de intentie gehad om elkaar te vinden in hun eigen verweesdheid. De mogelijkheden zijn beperkt in een maatschappelijke sfeer waarin angst voor elkaar aan kracht wint en de kunst niet meer in staat is om te laten zien dat we boven onszelf uit kunnen stijgen, maar juist in zo’n wereld komt het erop aan elkaar niet te laten vallen.   

Hier meer over de voorstelling alleen op de site van STAN met daarop – onder het kopje video – een trailer en onder het kopje pers veel meer achtergrondinformatie, hier mijn bespreking van Alles is rustig, hier die van The Marx sisters.

The lovers and the despot (2016), documentaire van Ross Adam en Robert Cannan


Filmmakers ingezet als propagandamiddel

De Britse documentairemakers Ross Adam en Robert Cannan hebben een juweeltje te pakken met het verhaal van twee Zuid-Koreaanse filmsterren die door Kim Jong-il werden ontvoerd om een bijdrage te leveren aan de Noord-Koreaanse filmindustrie maar tenslotte ontsnapten en hun vrijheid hervonden in de Verenigde Staten.

The lovers and the despot begjnt met de vaststelling dat de twee Korea’s na het einde van de Koreaanse oorlog in 1953 lijnrecht tegenover elkaar stonden. Het Noorden stond onder invloed van de Sovjet Unie en China, het zuiden onder invloed van de Verenigde Staten. In dat laatste land was de filmindustrie heel wat verder ontwikkeld dan in het noorden. Regisseur Shin en actrice Choi konden het heel goed met elkaar vinden en maakten samen veel films. Ze werden in hun land enorm bewonderd en adopteerden een zoon en een dochter. Choi zegt dat haar man zijn gevoelens niet zo gemakkelijk kon uiten en daarvoor het medium film gebruikte. Zijn zoon zegt dat zijn vader de baas was op de set, zijn dochter dat hij droomde van een Zuid-Koreaans Hollywood. Helaas was hij niet goed in de financiële kant, zodat hij niet eens rijk werd met zijn films.

Een Amerikaanse spion vertelt over de toestand in de jaren zeventig in Noord Korea, toen de geliefde leider Kim Jong-Sung werd opgevolgd door de minder geliefde zoon Kim Jong-Il. De machtswisseling ging met zuiveringen en moorden gepaard. De zoon was meer geïnteresseerd in kunst dan in het geven van leiding aan het land. Op tape staat een fragment waarin hij uitvaart tegen de matige kwaliteit van de cinema in zijn land. Het is allemaal te ideologisch, vandaar zijn interesse om Shin en Choi aan te trekken.

Die twee lagen juist in scheiding vanwege een affaire van Shin met een jonge actrice. Omdat Choi met een schuld bleef zitten, vertrok ze in 1978 naar Hongkong omdat ze daar geld kon verdienen met een filmrol. Het bleek een valstrik om haar mee te lokken naar Noord-Korea. Bij aankomst volgde meteen een ontmoeting met Kim Jong-Il die haar veel films liet zien en haar inzette als pop om mee te kunnen showen, iets wat Choi zich liet aanleunen.

Toen later ook Shen verdween, waren de kinderen ziek van verdriet. Pas vijf jaar later vond een ontmoeting met Choi plaats en wel op de verjaardag van de grote leider. Eerder had Shen geprobeerd te ontsnappen maar dat was mislukt zodat hij besloot zich te conformeren en zichzelf in dienst te stellen van Kim Jong-Il. In ruim twee jaar maakte hij met Choi zeventien films die de goedkeuring van de leider wegdroegen. Hij was zeer tevreden dat de twee tijdens een filmfestival in Berlijn het regime verdedigden. Dit maakte dat ze minder scherp in de gaten gehouden werden waardoor ze in 1986 in Wenen ternauwernood naar de ambassade van de Verenigde Staten konden ontsnappen.

Shen vervolgde zijn filmcarrière bij Walt Disney en Choi en hij bleven bij elkaar tot zijn dood in 2006. In 2000 liet Kim Jong-il nog een film maken die op de Titanic leek maar niet buiten zijn land vertoond werd. Zelf overleed hij in 2011. Hij gaf het stokje door aan Kim Jong-Un die weer op een andere manier van zich laat horen.

Hier de trailer.

zaterdag 21 oktober 2017

Boudewijn Büch – verdwaald tussen feit en fictie (2016), documentaire van Leo de Boer


Schrijver verstrikt in eigen verzinselen

Biografe Eva Rovers neemt een belangrijke plaats in in de documentaire Boudewijn Büch – verdwaald tussen feit en fictie van documentairemaker Leo de Boer. Ze heeft duidelijk sympathie voor de schrijver en televisiemaker die in december 1948 in Den Haag werd geboren en in november 2002 in Amsterdam overleed. Er gaat ook een enorme tragiek schuil achter het feit dat hij steeds meer verstrikt raakte in zijn eigen verzinsels en daar niet meer uit kon komen. Het is de tol van de roem die hem van alle kanten aan kwam gewaaid.

Rovers werd in april 2014 al gepolst door Wim Brands, die in Boeken op bezoek een kijkje nam in het IISG in Amsterdam waar Rovers aan haar biografie werkte. Na het verschijnen ervan werd ze door Jeroen van Kan uitgenodigd om daarover te komen praten. In de documentaire van Leo de Boer dringen we verder door in de persoon Büch omdat we de mensen zien die dichtbij hem stonden, zoals zijn vriendin Bernadette, vriendin Marianne die moeder van de zoon die hij met haar gewild had, de zoon zelf en zijn latere geliefde Paulien.

De Boer toont beelden van het katholieke Brabantse Boxtel waar Büch op elfjarige leeftijd naar toe werd gestuurd om aan te sterken. Hij ervoer de vakantiekolonie zelf als een psychiatrische inrichting en deed het voorkomen dat hij daarin ook opgenomen was geweest. Volgens zijn jeugdvriendin Jacqueline ging hij zelf in zijn verzinsels geloven. Zijn dagboeken die hij vanuit zijn negentiende bij hield, staan vol liefdesbeschrijvingen voor jongens als Gijsje en Robbie, die Rovers met het nodige omgemak gelezen heeft. Jeugdvriend Jacques zegt dat Robbie echt bestond, maar dat zijn vader, die slager was, Büch met een mes weghield bij zijn zoon. Een andere vriend, Jan Pieter, vertelde hem over het leven en de activiteiten van een tienjarige jongen, alsof Büch daar helemaal geen idee van had. Met zijn lange Afghaanse jas en zijn lange haren maakte hij in de jaren zeventig veel indruk. Zijn latere vriendin Karlijn zegt dat zij door hem werd betoverd.

Hij noemde Bernadette in zijn brieven een lieve mevrouw en wilde een kind van haar. Zij viel voor hem ondanks het feit dat ze getrouwd was, maar een kind was een ander verhaal. Later hoorde zij dat Büch een zoon had bij Marianne, een voormalige tekenlerares van hem, die ook getrouwd was. Hij voelde zich zelf veilig in dat gezin en speelde veel met de kleine Boudewijn Iskander (zie foto). Vriend Jacques geloofde dat die zijn zoon was en Bernadette zag het kind ook. In de roman De kleine blonde dood (1985), die ook verfilmd werd, wordt de slechte afloop van het kinderleven uitgebeeld. Büch vervlocht zijn ervaringen met de gebeurtenissen in het boek en sprak nooit de waarheid, zoals we zien in een fragment waarin Theo van Gogh hem onomwonden naar zijn zoon vraagt. De enorme eenzaamheid die Büch ervoer, maakte dat hij de vrouwen die hem zo nabij waren van zich vervreemdde. Rovers zegt dat hij met opzet verwarring schiep om de geruchtenstroom rond hemzelf aan de gang te houden en nooit zijn eigen gezicht liet zien.  

De 20 jarige Paulien die met hem samenwerkte tijdens de reizen die hij voor de televisie maakte, was het na zeven jaar zat met hem, ook omdat hij lichamelijk geen enkele interesse in haar had en alleen een facade in stand hield. Rovers zegt dat hij niet eens zo veel verzon maar gebeurtenissen vergrootte en daarbij hetzelfde gevoel had als in de oorspronkelijke gebeurtenis, zodat zijn verhalen altijd klopte. De Boer sluit af met een fragment van een stichtelijk Amerikaans jongenskoor, dat aandachtig door Büch beluisterd wordt, alsof hij herinnerd wordt aan de vakantiekolonie, waar de ontsporing begon.

Hier de trailer, hier mijn verslag van het bezoek van Wim Brands aan Rovers, hier dat van het gesprek dat Jeroen van Kan in 2016 met haar voerde over haar biografie Boud.

vrijdag 20 oktober 2017

Recensie: Dagboek uit Moskou (1984), Walter Benjamin




Indrukken uit een koude maar levendige stad, vlak na de revolutie

Doorzettingsvermogen wordt beloond. Na twee werken van de hand van Walter Benjamin die erg beschouwelijk waren, te weten het nogal sombere Berlijnse jeugd en het springerige Eenrichtingstraat, leerde ik in Dagboek uit Moskou de mens achter de schrijver duidelijker kennen. In dit dagboek beschrijft Benjamin een reis naar Moskou in de kerst- en nieuwjaarsperiode van december 1926 tot eind januari 1927, een tijd waarin de Sovjet Unie de eerste stappen zette om het communisme in de maatschappij te laten wortelen. Erg onder de indruk daarvan is Benjamin niet. Hij overweegt dan ook geen lid te worden van de KPD, de communistische partij van Duitsland. Hij werkt aan een vertaling van Proust om in zijn levensonderhoud te voorzien en gaat veel naar het theater met de Duitse regisseur en toneelcriticus Bernhard Reich, die voor Duitse kranten werkt. Daarnaast houdt de driehoeksverhouding met Reich en de in het sanatorium opgenomen actrice Asja Lacis hem zeer bezig. Reich en Lacis worden in een noot van Dagboek uit Moskou levensgezellinnen genoemd, terwijl Benjamin eerder in 1924 al een amoureuze verhouding met Lacis had op Capri.

In zijn Woord vooraf zegt Gershom Scholem, een jeugdvriend van Benjamin, dat hij zich in het dagboek zijn persoonlijke kant laat zien en op geen enkele manier de moeilijkheden in de driehoeksverhouding verzwijgt. Reich is vaak op zijn hotelkamer, waar ze lange gesprekken hebben over kunst en politiek of een spelletje domino spelen en daarnaast gaan ze vaak op bezoek bij Lacis in het sanatorium. Deze Letse uit Riga komt niet over als een gemakkelijk mens. Ze trekt de met Dora getrouwde Benjamin aan en stoot hem weer van zich af en hij laat zich als een gehoorzame hond aan het lijntje houden, terwijl hij in de bitterkoude stad waarin hij de taal niet spreekt, al moeite heeft om zich behaaglijk te voelen. In de verhouding met Reich, die zelfs ook niet zo gezond is en diverse keren een hartaanval krijgt, komt het gaandeweg tot een crisis over hun politieke ideeën, maar Benjamin drijft de verschillen niet op de spits en geeft toe om de lieve vrede te bewaren. In ieder geval kan hij wel zijn verzamelwoede in Moskou kwijt. Hij komt dan ook terug met een hele verzameling, waaronder houten speelgoed, waarover hij later meer zal schrijven in Kinderen, jeugd en opvoeding.

Benjamin leest stukjes uit Eenrichtingstraat uit Lacis voor, zoals dat over rimpels, dat in het genoemde boek onder het kopje Deze aanplantingen worden aan de bescherming van het publiek toevertrouwd en een deel daarvan gaat als volgt: ‘Wie liefheeft, hangt niet slechts aan ‘fouten’ van de geliefde persoon, niet slechts aan de tics en zwakheden van een vrouw, hij wordt door rimpels in het gezicht en moedervlekken, afgedragen kleren en en scheve gang veel blijvender en onverbiddelijker gebonden dan alle schoonheid.’ Lacis is ongetwijfeld vereerd met alle lof die Benjamin haar toezwaait, maar te wispelturig om hem daarmee vertrouwen voor een relatie in de toekomst te geven. Zoenen is al een probleem: ‘Toen ze binnenkwam, wilde ik haar zoenen. Zoals meestal mislukte het.’ Daarna blijkt toch weer een toenadering en zelfs een omhelzing mogelijk. Benjamin probeert haar vaak te paaien door eten mee te nemen dat ze lekker vindt zoals mandarijnen en speelt ook domino met haar. De verhouding wordt bemoeilijkt door een vervelende kamergenote van Lacis. Het is daarom niet verwonderlijk dat Benjamin zich, na een plotselinge omhelzing als een kruik met een te nauwe hals voelt, ‘waar vloeistof in wordt gegoten met een emmer’. Na haar ontslag uit het sanatorium wordt ze belaagd door een Russische generaal die haar mee wil nemen naar Vladivostok. Het afscheid met Benjamin is ontroerend maar zeker is een bestendiging van de verhouding allerminst.  

Wat het theater betreft is de uitvoering van De revisor van Gogol een doorn in het oog van de nieuwe machthebbers, die hard bezig zijn de machtsposities in te nemen hetgeen met veel verbale strijd in de onderste gelederen gepaard gaat, waarbij individuen met de verkeerde ideeën deportatie boven het hoofd hangt. De toneelspelers krijgen zelfs minder applaus van het publiek omdat het weet dat de voorstelling niet op goedkeuring van de partij kan rekenen. In politieke zin is er volgens Benjamin eerder sprake van staatskapitalisme dan van communisme. Grootgeldverdieners hebben nog altijd veel macht. In het nogal dorpse straatbeeld met veel laagbouw en open ruimte tussen de gebouwen is wel de Westerse hoed ten gunste van de pet of de bontmuts verdwenen. De trottoirs zijn er smal en de sneeuw maakt lopen niet gemakkelijk. Maar het leeft daar wel vergeleken met het dode Berlijn, zo laat Benjamin weten als hij weer terug is. 

Hier mijn bespreking van Berlijnse jeugd, hier die van Eenrichtingstraat.



donderdag 19 oktober 2017

De wijsheidsridders (2016), documentaire van George Schouten


Apengeest moet worden doorkruist door een campermind

De hard werkende documentairemaker George Schouten wordt 65 jaar en wil het rustiger aan gaan doen. Hij koopt een camper om de apengeest, die hem nog altijd beheerst, van zich af te zetten. De campermind moet daarvoor zorgen. In plaats van een uitgebreide campervakantie, zoals veel van zijn leeftijdsgenoten maken, zien we echter dat Schouten zich vooral bezig houdt met zijn dertienjarige zoon Bernie die net op de middelbare school zit en daar niet erg kan meekomen.

Schouten toont een foto van zijn eigen vader en hijzelf als kind die hij op vaderdag op Facebook zette en waarop hij veel reacties kreeg, onder andere van een klasgenote uit de vijfde klas van de lagere school die in een reactie schreef dat ze met hem te doen had omdat hij plots zijn vader verloor. In de vorige documentaire Angst sprak Schouten daar ook al over. Hij vraagt zich nu af of zijn geadopteerde zoon Bernie misschien op hem lijkt en, net als hij zelf na de dood van zijn vader, vooral zijn eigen gang wil gaan.

Bernie (links op de foto) komt over als een hele intelligente en handige jongen die meteen al zegt dat de puberteit niet alleen voor hemzelf moeilijk is vanwege snel wisselende stemmingen, maar ook voor zijn ouders, die daar maar mee om moeten kunnen gaan. Schouten helpt de jongen die op een Montessori mavo zit met woordjes Frans.

De verhouding is openhartig, ook naar de kijker toe. Bernie vraagt waarom Schouten niet meteen naar de dokter ging toen hij net in Nederland was. Schouten antwoordt dat het zijn ervaring was dat dokters altijd zeiden het nog een paar dagen aan te zien en daarna terug te komen als de klacht niet verdwenen was. Inmiddels zit hij bovenop de prestaties op de school van Bernie die hijzelf voor hem heeft uitgekozen maar die toch niet streng genoeg voor de jongen is. Hij vertelt eerlijk hoe hij moeilijk hij het had na de dood van zijn vader en hoe sterk dat inwerkte op zijn persoonlijkheid. Door zich te verdiepen in het boeddhisme leerde hij om te gaan met zijn problemen. Ook filmt hij Bernie die hij, naar aanleiding van een gestolen pet van een vriendje, bij terugkomst van een politiebureau ondervraagt over het feit dat jongeren tegenwoordig meer van elkaar stelen. Bernie verweert zich met de opmerking dat Schouten altijd door rood rijdt en zelf ook geen goed voorbeeld geeft.

In plaats van een onbezorgde oude dag moet Schouten op zoek naar een andere school voor Bernie. Tussendoor is er nog een incident, omdat Bernie geld met zijn bankpasje heeft opgenomen en dat nauwelijks wil bekennen. Voor Schouten is ligt de kwestie moeilijk maar zijn boeddhistische leraren hebben hem geleerd dat het belangrijk is hoe hij daar zelf mee omgaat en dat volgt hij op positieve wijze op. Bernie gaat het volgend jaar naar een kader opleiding en komt dan in de tweede klas. Een ingehuurde kosmoloog zegt dat een strenge school beter voor de jongen is die een praktische intelligentie heeft. Bernie moet meteen een richting kiezen en kiest bouwen, wonen en -inrichting.

Dan is het vakantie. De druk bezette vrouw van Schouten, die drie Thaise restaurants heeft, gaat ook mee in de camper. Heel veel daarvan heeft Schouten niet gefilmd, maar hij heeft wel het idee gehad dat hij niet alleen iets kon laten gaan, maar ook iets kon laten zijn, ofwel let it be in plaats van let it go. Bernie doet het goed op zijn nieuwe school en helpt zijn moeder in een van de restaurants. Ik ben tenslotte benieuwd waar de volgende bestemming van Schouten naar toe gaat.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Angst.

woensdag 18 oktober 2017

Martin Hendriksma over De Rijn, VPRO Boeken, 15 oktober 2017


Als een hond op zoek naar een spannend geurtje

Voormalig kunstredacteur van het Haarlems Dagblad Martin Hendriksma (Sneek, 1966) schreef meerdere boeken waaronder Lutine, de spannendste goudjacht ooit (2013) over een Brits goudschip genaamd de Lutine, die voor de kust van Terschelling verging. Hij komt met een nieuw boek over de rivier de Rijn, die zijn bron heeft rond de Gotthard pas in Zwitserland en in zee stroomt bij Katwijk, al is hij daar een afwateringskanaal met de naam Binnenwatering.

Carolina Lo Galbo spreekt van een fascinerende rivier.
Hendriksma antwoordt dat hij er op een rare manier mee in aanraking kwam. Na zijn vorige boek over de Lutine, zocht hij een nieuw onderwerp en droomde hij over de Rijn. Daarop las hij een krantenbericht over een man die, om aandacht te vragen voor het kostbare Rijnwater, geprobeerd had in zes weken de Rijn af te zwemmen vanaf de bron tot het einde. Hij werd gesponsord door de Zwitserse VVV, die graag wilde dat hij de tocht in het voorjaar ondernam. In mei van het jaar 2012 was het echter zo koud dat de tocht niet afgemaakt kon worden. Dat was voor een Hendriksma, die het idee had dat wij weinig bewustzijn over de Rijn hebben, een mooie aanleiding om de reis alsnog te voltooien.

Lo Galbo merkt op dat al eerder iemand de Rijn zwemmend bedwongen had.
Hendriksma antwoordt dat dit in 1966 was, maar dat daar weinig over geschreven was en dat hij de ambitie had om het hele verhaal te vertellen. Daarin zitten vele elementen, waaronder de problemen van de zalm, die slecht kan overleven in giftig water. In het nationaal archief was daarover heel veel documentatie, die hij doornam. Hij was als een hond op zoek naar een spannend geurtje, dat wil zeggen naar verhalen waardoor hij geraakt werd. Hij stelde zich de Rijn als een wispelturig persoon voor met veel kleur en temperament die eerst heel hard stroomt maar vanaf Bonn in een lagere versnelling komt. De Rijn beleefde zijn glorietijd in de tweede helft van de negentiende eeuw. Omdat Pruisen haar steenkool langs de Rijn wilde afvoeren, waren ze afhankelijk van Nederland, die de rivier diende uit te baggeren. In Duitsland was men veel trotser over de rivier die een verbindend element was in de tijd dat Duitsland uit kleine staatjes bestond. Er bestaan nationalistische Rijnliederen als tegenwicht tegen de Marseillaise.

Lo Galbo was vooral geïmponeerd door het verhaal over de Duitse componist Robert Schumann (1810-1856).
Hendriksman vertelt dat hij in 1850 naar Düsseldorf kwam om het plaatselijke orkest te leiden. Hij schreef ook een symfonie over de Rijn en nam er baden in voor zijn gezondheid. Hendriksma herkent de band die Schumann met de rivier had, maar met wie het slecht af liep. Hij sprong met carnaval in 1854 van een brug maar werd gered door omstanders en als een natte hond naar huis gebracht. Zijn laatste jaren voor zijn dood bracht hij door in een kliniek. Hendriksma herkent ook de strijd van Schumann om een rustig plekje in huis te vinden waar hij kon werken. Ook hij moest zijn ruimte veroveren op zijn kleine kinderen.

Lo Galbo prijst de mooie zinnen in zijn boek.
Hendriksma zegt dat hij, onder het genot van een schnitzel en een glas bier en geïnspireerd door de Rijn, op reis daaraan werkte. Hij vindt dat wij in een tijd van klimaatverandering op ons hoede moeten zijn voor de wisselende waterstanden, die tot uitdroging van de dijken kunnen leiden. Anders dan bij de waterschappen, weet het grote publiek daar te weinig van.

Lo Galbo besluit met de opmerking dat De Rijn het bewustzijn daarvan vergroot.

Hier de site van schrijver en journalist Martin Hendriksma.