Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 19 november 2017

Theaterrecensie: Ophelia, Veenfabriek, Toneelschuur, 18 november 2017


Overrompelend kijk- én luisterspel over de liefde die niet te bevatten is

Ophelia is een deerniswekkend personage uit Hamlet van Shakespeare en over haar valt niet veel meer te zeggen, dan dat ze haar liefde voor de prins van Denemarken met de dood moet bekopen, maar des te meer treft ons haar lot. Dat gebeurde ook bij componist Berlioz die zo laaiend was over de vertolking van haar rol door de Ierse Harriet Smithson, dat hij daaraan een symphonie wijdde, de Symphonie Fantastique en een relatie met haar aanging. In de versie van  Veenfabriek, die daaraan nog eens een eigentijdse dimensie aan toevoegen, trekt Jacobien Elffers als een waanzinnige de aandacht naar zich toe en wordt daarmee steeds krachtiger terwijl haar tegenspelers in de rollen van Hamlet en Berlioz steeds meer terrein kwijtraken.

 Het publiek wordt in de stemming gebracht door een opwekkende rede van Phi Nguyen die preludeert op zijn rol als Hamlet en zijn twijfel aan de echtheid van het bestaan. Zekerheid kan ook Phi niet geven, maar wij kunnen ons wel proberen in te leven in de wereld van Berlioz ten tijde van de uitvoering van Hamlet op 11 september 1827 in Parijs. Na een prachtige ouverture van de Symphonie Fantastique op viool en piano, vertelt Roland Haufe, die de rol van Berlioz speelt, over de toestand van de maatschappij in die dagen. De datum doet ons meteen denken aan de rampen die de moderne maatschappij treffen. Een kleine twee eeuwen geleden werd net zo goed aan de menselijke rede geknaagd.  

 Zoals Phi al voorspelde, is het ondoenlijk om Ophelia met een rationele blik te bekijken. De wijze waarop de hoofdpersoon de rollen uit de Hamlet van Shakespeare in 1660 en 1827 vermengt met haar eigen bestaan als actrice kan niet doorgrond, maar alleen ervaren worden. De inbreuken op de toneelteksten zijn talrijk om niet te zeggen dat ze de chaos juist willen bevorderen. Dit blijkt al meteen als Steven, die ook de broer van Ophelia speelt, namens musicus John komt vragen of Hamlet de bestaanskwestie al aan de orde heeft gesteld vanwege de cue die daarin verborgen lag voor de instrumentalisten.

Er wordt door de spelers veelvuldig gebruik gemaakt van de flessen wijn naast de vleugel. Ophelia heeft een eigen fles naast haar staan die haar gevoelens opzweept, haar wanhoop vergroot. Berlioz, die het zwaar te verduren krijgt met kritiek op zijn romantische werk en zijn rol als geliefde, zet zelfs de fles aan zijn mond. Te midden van alle emoties vormt het toneelstukje rond de dood van de koning dat halverwege wordt opgevoerd, een stijlbreuk met het geheel. Hoewel men daarmee verwijst naar Hamlet waarin dat ingelast wordt om de waarheid boven water te krijgen, blijft het bij de Veenfabriek een nogal flauwe toestand met veel rode vingerverf. Fraaier is de kanteling van de lichtbakken waarmee later een sfeer van waanzin op het toneel wordt opgeroepen.    

Van de musici van de vorige productie Raarr met Joep van der Geest als gastheer is alleen toetsenist Ton van der Meer overgebleven. In Ophelia, dat geregisseerd en deels geschreven werd door Joeri Vos, werd Van der Meer bijgestaan door violiste Vera van der Bie, gitarist John van Oostrum, harpiste Ruta van Hoof, fluitist Steven Ivo en blazer Bastiaan Woltjer, die ook voor de composities verantwoordelijk was. De instrumenten gaan een prachtig samenspel aan met de tekst en verdringen die als zij dat nodig vinden. Alleen tijdens de tirade van Ophelia in een besmeurde witte jurk tegen alles wat de liefde onmogelijk maakt (zie foto van Robert van der Ree), zoals de oppervlakkigheid van de sociale media in onze tijd, druipen ze af om tenslotte na het vertrek van onze gehavende heldin een droevig slotakkoord aan te heffen. Groots!

Hier een link naar de bronnen van de verschillende muziekfragmenten op Spotify, hier mijn bespreking van Raarrr.

La chana (2016), documentaire van Lucija Stojevic


Flamencodanseres doet tot eind aan toe aan pure bewegingskunst

De Kroatische documentairemaker Lucija Stojevic maakte een bijzonder portret van de Spaanse Antonia Santiago Amador, flamencodanseres van het eerste uur. Ze was al als kind gefascineerd door de dans en werd daar later in tegengewerkt door een jaloerse echtgenoot, maar laat op haar zeventigste in Barcelona haar voeten nog over de planken roffelen, alsof die nog precies weten wat hen te doen staat.

Antonia vertrouwt Stojevic toe dat het ritmische voetenwerk een labyrinth is met vele deuren die tijdens het dansen voor haar open gaan. Haar lichaam wordt aangestuurd door haar ziel, haar gevoelens liggen verankerd in het ritme, dat het kompas vormt en de sleutel op alles is. Na dit tipje van de sluier werpen we een blik in haar huiskamer waar ze samen met haar tweede echtgenoot en onbetaalbare partner Felix op relax fauteuils naar de televisie kijkt en waarin vele portretten staan die getuigen van een rijke historie.

Antonia vertelt dat ze altijd al droomde van dans en dat haar oom die gitaar speelde verrast was door haar bewegingen en ternauwernood van haar vader toestemming kreeg om samen met zijn nichtje op te treden. Om meer armslag te hebben trouwde ze op haar achttiende en een jaar later had ze een dochter. Haar man werd haar manager en stond niet toe dat Peter Sellers haar mee wilde nemen naar Hollywood na een dansfilm die in Italië werd opgenomen. In 1977 was haar broer een half jaar dood en was ze te gast in een televisie programma waar ze zonder gerepeteerd te hebben de sterren van de hemel danste, maar de volgende internationale successen waren voor haar man teveel, waardoor Antonia een tijd van eenzaamheid en mishandeling tegemoet ging. Ze vertelt dat haar leven tijdens de dans licht was, maar die andere kant wuift ze weg. Ze maakt samen met haar dochter paella en praat over het verleden waarin ze zelden thuis was. De dochter ging niet naar haar optredens omdat ze daar een enorme natuurkracht op het podium zag die op haar moeder leek, maar het niet was. De dochter was bang dat haar moeder door de creatieve kracht zou bezwijken, maar Antonia zegt dat ze zich een weeskind voelde dat niets had en in haar dans juist veel kon uiten.

Samen met de ritmisch klappende Felix oefent ze aan de etenstafel met haar handen een nieuw pasje in. Een voormalige tango leerling komt eten en is vol lof over zijn lerares, die tot aan Tokio aan toe furore maakte met haar pure zigeunerkunst. Hij zegt dat de gitarist haar vaak niet kon bijhouden. Zelf zegt dat ze gevangen gezet werd in een kooi, waarmee ze de houding van haar echtgenoot bedoelt, die haar het dansen onmogelijk maakte en zeven jaar daarna vertrok en haar en haar dochter berooid achterliet. Twee jaar zat ze stil voor zich uit te kijken en daarna trok ze haar oude kleren aan en ging ze met een nieuwe groep weer optreden.

Tegenwoordig maakt ze weer deel uit van de groep vrouwen van vroeger. Ze haalt haar veertig jaar oude schoenen tevoorschijn die nog passen en vertelt een jonge danseres over de magie van de dans. Ze gaat in op een nieuwe uitnodiging om op te treden en oefent thuis vanwege haar slechte knie op een stoel. Ze moet de jurk laten innemen en voorafgaande aan het optreden haar bloedsuiker meten en een kop koffie met veel suiker drinken, maar daarna staat ze er weer, al is het dit keer zittend, net zo begeesterend als we op de oude beelden zagen.

Hier de Nederlandse trailer.

Recensie: Kruistocht in spijkerbroek (1972), Thea Beckman


Avontuurlijke jeugdroman over een van de eerste kinderkruistochten

De historische jeugdroman Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman is een klassieker en vertelt het onwaarschijnlijke verhaal over een kinderkruistocht die in de dertiende eeuw gehouden werd om Jerusalem te bevrijden van de Saracenen en daarmee de hoofdstad van het christendom toegankelijk te maken voor pelgrims. Beckman doet in geuren en kleuren verslag van een tocht die vanuit Duitsland georganiseerd werd en waar ook onze tijds- en landgenoot Dolf Wega uit Amstelveen aan meedeed, die zich tot een van de leiders ontpopte.

De jeugdroman begint met een bezoek dat de nog geen zestien jaar oude scholier Dolf brengt aan twee wetenschappers die bezig zijn om dieren weg te flitsen naar het verleden en weer terug te halen naar het heden. Dolf overtuigt de heren ervan dat ze beter hem als proefpersoon kunnen nemen, want hij kan dan later vertellen wat hij allemaal heeft gezien op de riddertoernooi in Midden-Frankrijk waar hij nieuwsgierig naar is. De wetenschappers hebben daar wel oren naar, zetten hem op de plaats waarvandaan geflitst wordt en spreken af dat hij vier uur later zal worden teruggeflitst.

Dolf komt echter niet in Frankrijk aan maar langs de Rijn voor de stad Speyer ofwel Spiers, waar hij getuige is van een gevecht dat een jongen met twee misdadigers levert. Dolf helpt de jongen, waardoor de belagers afgeschud worden, maar kan niet meer terug vanwege de passage van de kinderkruistocht die uit zo’n achtduizend kinderen bestaat. De jongen in zijn moderne spijkerbroek sluit vriendschap met de Diets sprekende student Leonardo die met zijn ezel op weg is naar familie in Bologna. De twee sluiten zich aan bij de kinderen, die onder leiding van de herdersjongen Nicolaas op weg zijn naar Genua waar de zee voor hen open zal gaan. Dolf betwijfelt meteen al of dit zal gebeuren maar is begaan met het harde lot van de kinderen en langzamerhand zet hij zich in om de organisatie te verbeteren.

Daarmee komt hij in strijd met de twee voormalige monniken Anselmus en Johannis en hun, die de tocht met een ander doel georganiseerd hebben, maar daar komt Dolf pas heel langzaam achter. Eerst is er de nodige te doen om aanvallen in de bergen tegen te gaan en de honger en een rondvonkepidemie te bestrijden, die de nodige slachtoffers eist. Dolf krijgt, behalve van Leonardo, daarbij steun van een viertal jongens die hij heeft leren kennen op zijn zoektocht door het kamp naar een pannetje voor soep. Tussendoor moet hij zich ook nog verantwoorden voor de bedoelingen waarmee hij de tocht probeert om te buigen, in ieder geval ook letterlijk door een route over de Brennerpas te nemen, maar hij wordt geholpen in zijn verdediging door de goede derde monnik Thaddeus die zich aangesloten heeft.

Beckman laat ook af en toe van zich horen, al is het maar om de spanning rond het doel van de tocht erin te houden, die tenslotte aan de rand van Genua een dramatisch hoogtepunt bereikt, waarbij Johannis eieren voor zijn geld kiest en Anselmus het loodje legt. Ze heeft ook kritiek op de ongelijkheid tussen de leiders van de tocht en de volgers, maar zegt ronduit dat dit in onze moderne maatschappij niet veel anders is. ‘De mensen waren dezelfde gebleven: leugenachtig, zelfzuchtig en wreed.’  
Hoewel Beckman de spannende toon niet helemaal volhoudt en soms verzandt in herhalingen, heeft ze een prestatie van jewelste geleverd om de tijdskloof tussen Middeleeuwen en moderne tijd te dichten, de tocht in zijn geheel te beschrijven en het verhaal mooi rond te breien.    

Hier meer over de historische achtergrond op de site van Historiek.

  

zaterdag 18 november 2017

Filmrecensie: A blast (2014), Syllas Tzoumerkas


Het zware lot van een jonge Griekse moeder teveel in de overdrive

De Griekse regisseur Syllas Tzoumerkas (Thessaloniki, 1978) loopt alweer enkele jaren mee in de filmwereld en maakte in 2010 zijn eerste lange speelfilm Homeland. In A Blast, die hij vier jaar later maakte, gaat het om een ontsnapping van een Griekse moeder uit omstandigheden die haar steeds meer benauwen. De vitale jonge vrouw vol seksuele begeerte denkt een goede echtgenoot en minnaar gevonden te hebben in Yannis, die zich vooral op zee ophoudt, maar komt bedrogen uit.

Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de financiële crisis in Griekenland in de afgelopen jaren, maar is toch vooral een psychologische schets van Maria, een impulsieve vrouw in moeilijke omstandigheden, die haar studie opgeeft en helemaal voor de liefde gaat met de knappe Yannis. Haar relatie gaat echter de vernieling in door beelden die Maria later op een sekssite op internet ziet van de biseksuele Yannis die volkomen los gaat wat zijn lust betreft. Dat de gehandicapte moeder van Maria veel schulden heeft opgebouwd met haar kruidenierswinkel werkt ook al niet mee om enig houvast in het leven te vinden. Maria komt in contact met een vastgoedondernemer die suggereert dat ze aan geld kan komen als haar vader een perceel land in zijn oude dorp aan zee platbrandt zodat daar een hotel op gebouwd kan worden.

A blast begint met de spookachtige rit in het donker samen met haar vader naar het dorp, maar verplaatst zich al gauw naar een uitgelaten middagje op het strand met zus Gogo, waarbij de twee nog hoopvol zijn over het geluk dat hen in hun leven ten deel zal vallen. Ze krijgen later allebei een relatie met een zeeman, Maria met Yannis, Gogo met Costas. De laatste is mee als Yannis voor het eerst bij de ouders van Maria komt eten. Costas blijkt een aanhanger van extreem rechts, maar verder wordt dat, op beelden waarop aanhangers van deze beweging buitenlanders achtervolgen, niet uitgewerkt in de film.

A blast is opgedeeld in vele korte fragmenten, die het verhaal tot een puzzel maken waarbij de kijker de taak heeft die op de juiste plaats te leggen. Omdat dit niet zo’n eenvoudige taak is, boet de film aan emotionele waarde in. Dat ligt zeker niet aan het spel van Aggeliki Papoulia. Zij toont de lust en onlust van Maria met verve, zeker ook op seksueel gebied. Ze gaat zelfs naar een vrouwengroep om over haar problemen te praten. Dat is na de dood van haar moeder die zich van narigheid van het balkon heeft gestort, maar verlichting brengt dat niet.

De afloop van de film die ook al in stukjes is versnipperd, brengt Maria haar kinderen naar Gogo die zelf geen kinderen kan krijgen en gaat er vandoor. Ze schudt daarbij ook nog een politiewagen van zich af, nadat ze een slagboom op de snelweg kapot heeft gereden en denkt daarbij steeds aan de eerdere verklaring van Yannis die zelfs van haar zou blijven houden als ze niet meer van haar hield. Als geheel zit de film, zoals de achtervolging laat zien, te veel in een overdrive waardoor de gevoeliger momenten het onderspit delven. Het is al dramatisch genoeg dat Yannis zich tenslotte toch over de kinderen ontfermt als zijn vrouw er vandoor is gegaan.
o

Hier de trailer.

Death in the terminal (2016), documentaire van Tali Shemesh en Assaf Sudry


De ernstige gevolgen van het recht in eigen hand nemen

De Israëlische documentairemakers Tali Shemesh en Assaf Sudry maakten met Death in the terminal op hartverscheurende wijze duidelijk hoe gemakkelijk het is dat men in geval van een terreuraanslag voor eigen rechter gaat spelen en een vermeende terrorist die gewond op de grond ligt, nog eens extra bewerkt.

Tali Shemesh en Assaf Sudry beginnen met beelden van de vele camera’s die in het busstation staan waar de aanslag gepleegd werd. Aan het begin van de dag klinken vrolijke klanken van een radiostation, tot de rust wreed verstoord wordt door schoten. Opeens zien we mensen naar binnen rennen, achter een barretje schuilen of verder door lopen. Een Eritreeër wordt neergeschoten door een bewaker en ligt gewond op de vloer, waar hij onder schot gehouden wordt en wreed toegetakeld. Verschillende ooggetuigen vertellen in de documentaire wat ze hebben meegemaakt.

Soldaat Daniël vertelt dat hij met een vriend Ben stond te wachten op een bus en dat zij eerst nog naar de wc gingen, toen ze schoten hoorden. Hij keek om de hoek en zag het bebloede hoofd van een militair op de grond liggen. Na nieuwe schoten ging Ben ook kijken. Na de inval van de politie werd Daniël zwaar aan zijn arm getroffen en ook in zijn buik geschoten, hoewel hij vertelde dat hij een soldaat was.

Een verkoopster bracht een collega en ging op onderzoek uit omdat ze ook verpleegster was. Ze kwam bij een slachtoffer en probeerde het gerust te stellen vanwege de kans op een shock. Daarna vielen er meer slachtoffers waarin een bekende die ze tevergeefs met een hartmassage in leven probeerde te houden.

Een gevangenisbewaker was in de buurt en nam een kijkje in de terminal. Hij zag de terrorist op de grond liggen en ook dat hij geschopt werd. Omdat de terrorist bewoog zette men een bank over hem heen, waarop de bewaker plaatsnam en de man verbood om op te staan.

Moshe, een vrijwilliger van de kibboets, stond te eten bij een barretje en dronk juist van zijn shake, toen de aanslag plaatsvond. Hij probeerde te voorkomen dat men voor eigen rechter speelde. De man op de vloer zag er niet uit als een terrorist, vond hij en hij ging weg met het gevoel dat het niet klopte. De volgende dag kwam hij opnieuw langs de plek waar hij gestaan had en zag daar kogelgaten. In de bus besloot hij een daad te stellen door de shake op te drinken.

Een falalelverkoper filmde in de terminal en vond eveneens niet dat hij men een terrorist van doen had want die dragen meestal geen slippers. Hij wilde zeggen dat de man onschuldig was maar als Arabier is het gevaarlijk om zoiets te roepen.

Soldaat Yotam zegt ook dat de man niet verdacht oogde. Hij volgde de echte terrorist die naar buiten vluchtte en daar onschadelijk werd gemaakt.

De neef van de Eritreeër zegt dat Haflom, zoals de nog jonge man heette, een goed mens en gezinshoofd was.   

Het is de vraag of militairen die aan de wraakactie meededen vervolgd worden. Eerder werden executies van geboeide Palestijnen nauwelijks bestraft.

Hier de trailer.

vrijdag 17 november 2017

Filmrecensie: Dog day afternoon (1975), Sidney Lumet


Fantastische ontregeling tijdens bankoverval

De film Dog day afternoon is gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen in de zomer van 1972 in Brooklyn. Sidney Lumet begint met sfeerbeelden van de summer in the city in de jaren zeventig, die weemoedig maken naar een leven dat toen nog een graadje minder warm en langzamer verliep. Ook de bankoverval van Sonny en Sal mist de perfectie, die we tegenwoordig zien, maar is daarom des te leuker om naar te kijken.

Hoofdpersoon Sonny, een schitterende rol van Al Pacino, draagt de film met zijn humane benadering van het bankpersoneel dat zich doodschrikt als hij en zijn maat Sal vlak voor sluitingstijd hun kantoor overvallen. De sfeer is meteen gezet als blijkt dat er weinig geld in huis is. Als hoofdkassier Sylvia (Penelope Allen) nog naar de wc wil voor ze opgesloten wordt, zie je Sonny denken. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om iedereen nog niet even te laten plassen voordat hij ze achter slot en grendel zet.

Dat het niet zover komt is een andere zaak, maar hij krijgt daarmee wel het personeel en hun baas Mulvaney op zijn hand. De laatste helpt de achterdeur te barricaderen en wil zelfs niet weg als hij daar door zijn suikerziekte de kans voor krijgt. Ook het publiek buiten is op de hand van Sonny die de woede van de menigte nog eens aanwakkert door de naam Attica te roepen, die verwijst naar een opstand in een gevangenis in New York een jaar eerder.

De bevlogenheid van Gutmensch Sonny wordt versterkt door zijn tegenspeler Sal, die wantrouwig is en vooral angstig. Als Sonny bij inspecteur Moretti bedingt dat hij een vliegtuig wil waarmee ze naar Algerije kunnen gaan, bekent Sal dat hij vliegangst heeft. Hij gaat liever naar Wyoming, maar dat is geen land, zegt Sonny. Sal zit aan tafel en hoort dat Sylvia vanwege de spanning eindelijk weer een sigaret wil opsteken, maar hij vindt dat een slechte zaak. Vlak voor vertrek naar de luchthaven wenst gijzelaar Maria die wordt vrijgelaten, zoals de overeenkomst is, hem nog veel sterkte. Overigens heeft het bankpersoneel ook nog inspraak over het te kiezen land. Sommigen willen naar Nederland omdat daar de joden aan een onderduikadres geholpen werden.

Grappig is de scène waarin de telefoon gaat en de echtgenoot van medewerkster Jenny aan de lijn is om te vragen wanneer ze thuis komt om te koken. Jenny instrueert vervolgens haar man om zelf wat te bereiden. De beelden van het thuisfront van Sonny vormen een aangename afwisseling met het verloop van de gebeurtenissen in het bankgebouw dat van alle kanten belaagd wordt door politie en pers. Sonny kan helemaal uit zijn dak gaan door met een witte zakdoek in zijn hand het publiek te bespelen, dat inmiddels ook vernomen heeft dat hij het geld nodig had voor een geslachtsoperatie van Leon met wie hij in het geheim is getrouwd. Dat hij zijn vrouw Angela niet is vergeten blijkt uit het testament dat Sonny door Sylvia laat opmaken voor ze naar de luchthaven vertrekken.  

Sidney Lumet maakte vele films, waaronder de inhoudelijk sterke  film 12 angry men (1957). Al Pacino speelde daarna onder andere in Angels in America (2003) de invloedrijke advocaat Roy Cohn.

Hier de trailer van Dog day afternoon, hier mijn bespreking van 12 angry men, hier die van Angels in America.

Muziek op de vlucht (2016), documentaire van Frans Bromet


Vluchtelingen in de val bezingen hun onzekere lot

In 2016 maakten Teun Voeten en Maaike Engels de informatieve documentaire Welcome to the jungle over het leven in het vluchtelingenkamp aan de rand van Calais vlak bij de snelweg die naar de veerboot en de treintunnel gaat.  In dat kamp, dat The Jungle wordt genoemd, proberen vluchtelingen uit zeer verschillende landen die op hun reis naar Groot–Brittannië in Calais gestuit zijn te overleven en daarbij is muziek een belangrijk middel. Het is de verdienste van Frans Bromet dat hij de liederen die in het kamp gezongen worden voordat het in maart 2016 ontruimd wordt, zonder commentaar laat horen. Daarmee worden we deelgenoot van de angst en de wanhoop van mensen tussen wal en schip, gevlucht uit een ongelukkige situatie maar zonder veel illusies over de toekomst.

Muziek op de vlucht opent met een beeld van de veerboot die naar Engeland vertrekt terwijl een man die hem nakijkt zingt over zijn heimwee naar zijn geboorteland. Daarna volgen beelden van een demonstratie waarbij een groep korte slogans scandeert die door een man worden uitgesproken en die het legaal reizen naar Groot-Brittannië tot onderwerp hebben. Dit wordt weer gevolgd door een klaagzang van een man tegen de eenzaamheid. De liederen worden afgewisseld met beelden uit het kamp zoals de tenten die overal staan en de houten nederzettingen die men van pallets aan het bouwen is, maar die soms ook weer in de brand vliegen, waarna de politie komt om de brandweer de gelegenheid te geven het vuur te blussen. Het bluswerk wordt begeleid door een lied met de tekst dat de goedheid mag overwinnen. Bijzonder is de kerk die op het terrein is verrezen. Het was te verwachten dat daar mooie gospels zouden worden gezongen maar die heb ik niet gehoord. Wel is er een oproep tot gebed, maar dat leek eerder te slaan op een dienst van islamitische aard. 

De confrontaties met de oproeppolitie bij de snelweg worden wel regelmatig in beeld gebracht, terwijl men onderwijl een lied zingt over Londen, waarbij ook gedanst wordt. In de tussentijd propt een vrouw straatafval in een vuilniszak en wekt een ander op de fiets stroom op voor de mobiele telefoons. Hier en daar wordt onder het uitbrengen van gezamenlijke gezangen op vuurtjes gekookt en elders staat men te wachten voor de voedseluitdeling. Een man luistert op zijn telefoon naar een lied over een bijzondere en rustgevende vrouw en put daar hoop uit. Een studente kunstgeschiedenis is overrompelend door een tekening die op een muur is verschenen en laat zich daarbij filmen.

Alle zang, dans en geklap kan niet verhinderen dat het eind van het kamp nabij is. Bulldozers overstemmen de liederen van hoop en wanhoop. Bromet toont beelden van witte containers die, omgeven door hekken, naast het kamp verrijzen, maar die op weinig instemming kunnen rekenen. Een hippie meisje brengt op gitaar een actuele versie van Stand by me. Op de trailer is, na  een fragment van een lied van een man over het onveilige Kunduz, een andere man te zien die te midden van anderen in een tent een aangrijpend protest laat horen over de ongelijkheid waarin hij en zijn lotgenoten gevangen zitten. Hij wijst met zijn vinger naar de camera van Frans Bromet en duidt het verschil aan in positie tussen de filmmaker en zijzelf (zie still). De een komt uit een veilige wereld waarin alles goed geregeld is, de ander weet bij god niet wat hem te wachten staat. Dat lijkt me het uitgangspunt om tot verandering van deze schrijnende situatie te komen.   

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Welcome to the jungle, hier Ben E King met Stand by me.