Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 19 mei 2011

Politiek engagement in de Nederlandse letterkunde

Het was de titel die me aantrok tot de themabijeenkomst van de commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, een hele mond vol, afgelopen woensdag 18 mei j.l. in Leiden. Sinds de ontdekking van Alfred Kazans’ publicatie  De functie van de literaire kritiek (zie dit blog op 15 en 16 jan j.l.) en het bespreken van Een verhaal dat het leven doet veranderen (zie dit blog op 22 maart j.l.) houdt mij de vraag me bezig hoe engagement en literatuur zich tot elkaar verhouden, hoe literatuur een rol kan spelen om een andere wereld mogelijk te maken en hoe je literatuur daarop kan beoordelen. Ik denk dat de intentie van de schrijver belangrijk is, dat een ander daar nooit helemaal achter kan komen en dus de schrijver bij twijfel in het beste geval het voordeel daarvan moet gunnen.

Volgens de inhoudsopgave van de bijeenkomst zou de kwestie in vier verschillende casussen aan de orde komen, nu eens gesitueerd in de negentiende dan weer in de twintigste eeuw. De eerste casus van een taalwetenschapper verbonden aan de Belgische taaladviesdienst, die een meer ambtelijk engagement toen toon spreidde, sla ik over en ga meteen door naar de voordracht van Alpita de Jong over Joost Hiddes Halbertsma, een doopsgezinde dominee die 1789 in Grouw werd geboren en 1869 in Deventer overleed. De Jong schreef eerder een proefschrift over hem en is bezig met een biografie. Halbertsma studeerde nieuwe en oude talen in Leeuwarden en ging in 1807 naar de kweekschool der Doopsgezinden in Amsterdam. Daarna werd hij predikant, eerst in Bolsward, later in Deventer. In de tijd na Napoleon werd veel nagedacht over de ideale staatsvorming en Halbertsma mengde zich daarin. Hij reisde heen en weer, correspondeerde met krantenredacteuren en dichters als Bilderdijk en Da Costa en trad in contact met politici als Thorbecke. Zijn streven was het algemene politiek-maatschappelijk bewustzijn te activeren en hij was tegen centralisatie.

Hij maakte de Friese rijmen bij kinderprenten voor het Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, waarbij opvalt dat hij zich veel vitaler uitdrukt dan de persoon die de rijmen in het Nederlands maakte.
Taal was woord geworden geest, zei hij, en moest vrij blijven. Verheffing diende bij het individu zelf te beginnen. Omdat het Fries een spreektaal was, bood het de mogelijkheid hiermee te experimenteren.

De lapekoer fan Gabe Skoar (1822) was zijn eerste boekje, een duodecima van 35 pagina’s. Halbertsma deed alsof hij het ontdekt had onder de werkbank van Gabe Skroor. Deze handswerksman ging onder andere naar Bolsward om een lezing over economie en politiek bij te wonen van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, waarbij hij het belang leert van het vormen van een eigen mening. Van het boekje werden liefst tweehonderd exemplaren gedrukt. Later verschenen er uitgebreidere versies die uiteindelijk uitgroeiden tot het vuistdikke Rimen en teltjes dat aan de wieg staat van de Friese literatuur. Zie ook: http://www.dbnl.org/tekst/halb003rime01_01/index.php/

Halbertsma was in de tijd van opkomend nationalisme meer een maatschappelijk hervormer dan een Fries nationalist. Hij was ook controversieel door zijn opstel over het boeddhisme (1843) dat in die tijd alleen door enkele liberalen werd gewaardeerd. Daarom paste hij niet binnen het Fries Genootschap. Omdat Halbertsma een sterke visie heeft en een grote maatschappelijke inzet, maakt de voordracht van De Jong nieuwsgierig naar de biografie.

Gillis Dorleijn besprak vervolgens in een warm betoog de politieke betrokkenheid van de Nederlandse afdeling van de internationale PEN-club die in 1921 in Engeland begonnen was als een soort dining-club. P.C.Boutens richtte in 1923 de Nederlandse afdeling op. Het eerste congres in Nederland in 1932 verliep vredig en werd wel een literaire wagon-lits genoemd vanwege de vele uitjes.
De deontologische leer stelde dat de autonomie van de schrijver niet strijdig was met ethische principes. Schrijvers kenden hun verantwoordelijkheid. Hun autonomie kwam in de jaren dertig onder druk te staan. Dorleijn toont dit aan met gegevens uit het archief waarin spanning zichtbaar is tussen politieke oordelen en tijdloze geestelijke waarden. De schrijversorganisatie redde zich er vaak uit door ontwijkende formuleringen te bedenken. Thomas Mann verliet pas op het laatst Duitsland omdat hij daar zijn lezerspubliek had. Ook Pen Nederland wilde zoveel mogelijk depolitiseren door de geestelijke waarden voorop te stellen. In Penibel journaal (1937) schetst voorzitter Anthonie Donker een Pen-bijeenkomst in Argentinië. Ter Braak en Perron hoonden de hooggespannen commentaren in het boek. Het was nogal gemakkelijk om zich te onthouden van duidelijke kritiek op het nationaal-socialisme.

Volgens Dorleijn is autonomie in de literatuur een basisvoorwaarde om engagement mogelijk te maken. Een stelling die een mooi begin van de discussie zou zijn als de tijd niet om was.
Helaas hadden we de voordracht van Saskia Pieterse over Multatuli gemist, die net als Halbertsma een hervormer was, maar wel de politiek voor zijn ideeën wilde gebruiken en in zijn tijd al de clubjesgeest bespotte.

Vragen die bij mij opkwamen gaan over de inhoud en de aard van het engagement. Hoe gaat de schrijver om met zijn autonomie, die nodig is om onbevooroordeeld over maatschappelijke kwesties te spreken? Wat doet hij met zijn verantwoordelijkheid? Hoe moet je zijn uitingen beoordelen? Wat dat laatste betreft gaat het natuurlijk op de eerste plaats om literaire maatstaven. Iemand die met de beste bedoelingen met literatuur bezig is, zoals ik laatst hoorde bij monde van György Konrád over wie ik spoedig meer hoop te schrijven, is de beste ambassadeur voor de wereldvrede.

aangepast: 19 mei 2011, 19:57 uur.

1 opmerking: