Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 16 augustus 2017

The grown ups (2016), documentaire van Maite Alberdi


Ontwapenend portret van vier verstandelijk gehandicapten die meer vrijheid willen

De Chileense documentairemaker Maite Alberdi maakte een ontwapenend portret van een viertal volwassenen met het syndroom van Down die hun leven lang al op een aangepaste bakkersschool werken en hun afhankelijkheid zat beginnen te worden. Vooral bij Anita (rechts op de foto) straalt de onvrede van haar gezicht. Ze vindt haar leven maar saai en zou het liefst met haar vriendje Andres (links op de foto) samenwonen, maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, schreef Elsschot al.

Alberdi begint met de bus die de vier hoofdpersonen Anita, Andres, Rita en Ricardo van huis naar school brengt. De kijker kan zich voorstellen dat het er elke dag hetzelfde aan toe gaat. Rita eet tijdens haar werk stiekem chocolade hetgeen haar moeder in een brief verboden heeft en Rita wordt daar dan ook op aangesproken. Desondanks steekt ze later toch weer een stuk chocolade in de zak van haar witte overall. Ricardo werkt behalve op de bakkerij ook in een bejaardencentrum waar hij zich bekommert om oudjes die zo gemakkelijk nog niet zijn. Anita is erg overstuur over de dood van haar vader en wordt door Andres getroost. Hij vertelt haar dat we de doden in ons hart kunnen sluiten waardoor ze toch nog bij ons blijven. Als Andres jarig is, verstopt Anita zich in een taart van karton. Hoewel ze eerder heeft gezegd dat ze daarbij geen bikini zal dragen, trekt ze bij haar verschijnen uit de taart toch haar overall uit en danst ze in een glitterhemdje.

Het geld dat ze in de bakkerij verdiend hebben, wordt door Rita gebruikt om speelgoed van te kopen. Ricardo legt het opzij om te sparen voor de toekomst waarin hij zelfstandig wil zijn. Anita denkt dat Andres een verlovingsring voor haar wil kopen. Dat klopt maar ze wordt later door hem gebeld dat zo’n ring te duur is, waarop zij hem zegt om daarmee te wachten. Ze gaan wel naar de dokter om te vragen of ze niet een eigen ruimte kunnen krijgen waarin ze met elkaar kunnen vrijen. De dokter gaat akkoord. Anita zegt tegen Andres dat hij niet voorzichtig heeft te zijn, omdat ze toch niet meer menstrueert. Het is een aandoenlijk gezicht om de twee knus naast elkaar in bed te zien liggen.

Tijdens een les van juf Patty over zelfredzaamheid wordt gesproken over de dromen die ze hebben. Patty wil niet dat het leven aan hen voorbij gaat, maar hoe ze dat kunnen verwezenlijken zegt ze er niet bij. De moeilijkheidheid daarvan wordt schrijnend duidelijk in een scène waarin Ricardo samen met Patty bekijkt dat zijn verdiensten in de bakkerij en in een bejaardencentrum, 21 euro, lang niet genoeg zijn om de kosten, zo’ n zevenhonderd euro, van het zelfstandig wonen te dekken.

Ook de toekomst van Anita en Andres gaat niet over rozen. Een priester vertelt hen dat zij alleen kunnen trouwen als de familie toestemming geeft. De moeder van Anita spreekt een hartig woordje met haar dochter, die duidelijk niet meer onder haar bewind wil leven. Het is wreed voor haar dat Andres van school af moet omdat zijn familie de kosten niet meer wil betalen. Tijdens een afscheidsfeestje beurt de bijna altijd montere en positieve Andres zijn vriendin op. Samen zingen ze uit volle borst een lied over de liefde die gedwarsboomd wordt.

De hoofden van het viertal zijn bijna gebeeldhouwd zo mooi, maar dat zal ook komen door de liefdevolle manier waarop Alberdi hen gefilmd heeft. The grown ups doet daarom denken aan de Spaanse film Yo, También! (2009)

Hier de trailer van The grown ups, hier mijn bespreking van Yo, También!.

Filmrecensie: Et Dieu créa la femme (1956), Roger Vadim


Sensuele jonge vrouw door maatschappelijke normen in het gareel gehouden

In de documentaire Brigitte Bardot – the misunderstood (2013) van David was al een scène uit Et Dieu créa la femme te zien die veelzeggend was voor het leven van de mooiste Franse filmster. Op weg naar een nieuw met haar geliefde Antoine Tardieu in Toulon doet hoofdpersoon Juliette Hardy haar konijn weg dat in een kooitje zat. Omdat de bus waarin Antoine zat niet voor haar stopte, doet ze het konijn meer weer terug en hervat haar ontoereikende leven in Saint Tropez. Juliette is een vrouw die behoefte heeft aan leven maar door haar omgeving in een gareel gehouden wordt. Het is de schaduwkant van schoonheid, waarvan alleen de buitenkant gezien wordt.

In de film Et Dieu créa la femme die in het Engels And God created woman heet, laat regisseur Roger Vadim hoe moeilijk het leven voor de knappe Juliette is, hoe hard ze verlangt naar een gelukkige relatie met stadsgenoot Antoine, maar door de omgeving daartoe niet in staat gesteld wordt. Antoine is door de negatieve berichten over Juliette huiverig om haar mee te nemen en laat de bus ondanks de afspraak met Juliette gewoon doorrijden naar zijn werk in Toulon.

Het begin van de film is al veelzeggend. Juliette ligt in haar blootje te zonnen achter een laken als de rijke project ontwikkelaar Eric Carradine in zijn sportwagen bij haar langskomt en haar een speelgoedmodel van een rode sportwagen toont die hij voor haar zal kopen als ze tegemoet komt aan zijn verlangens. Veel tijd om die te beantwoorden heeft Juliette niet, want meteen staat haar stiefmoeder voor haar om te zeggen dat ze al in de winkel had moeten staan. De vrouw, madame Morin geheten, is heel negatief over het meisje dat zij en haar man uit het weeshuis gehaald hebben. Haar man die in een rolstoel zit, geniet evenwel van de blikken die hij op haar prachtige naakte lijf heeft kunnen werpen.

Het conflict in de film wordt opgeroepen door Carradine die een lap grond wil kopen van het gezin Tardieu, dat naast de ouders uit de zoons Antoine, Michel en Christian bestaat en die daarop een werf hebben. Hij wil daarop, zonder dat het gezin dat weet, een casino bouwen, maar het gezin, met de oudste zoon Antoine voorop, gaat toch al niet akkoord met het voorstel, omdat ze dan niets meer te doen hebben. Antoine wil liever met Juliette in Toulon gaan wonen en spreekt na een dansavond met haar af om de volgende dag samen met de bus naar Toulon te gaan, maar in de luttele uren die hen nog rest gaat er van alles mis. Juliette vangt op dat ze een slet is, krijgt van madame Morin te horen dat die haar terug wil sturen naar het weeshuis en Antoine wordt, zonder dat de kijker dat ziet, door zijn moeder op andere gedachten gebracht, zodat Juliette haar losgelaten konijn weer in het kooitje kan doen nadat de bus naar Toulon aan haar voorbij gereden is.

Michel heeft te doen met Juliette en wil graag met haar trouwen om te voorkomen dat ze tot haar volwassenheid nog drie jaar in het weeshuis moet doorbrengen. Julliette is huiverig om daarin mee te gaan want ze kent zichzelf wel een beetje, maar zijn idealisme wint het van haar twijfel, zelfs al wordt hij door anderen voor hoorndrager uitgescholden. Daarop volgt met mathematische zekerheid een conflict met Antoine, zeker als hij bij Carradine bedongen heeft dat zij de grond willen verkopen, zolang hij zelf de leiding op de werf op zich kan nemen, waarna het verhaal op boeiende wijze naar het einde toe loopt.  

Hier de trailer, hier mijn bespreking van de documentaire Brigitte Bardot – the misunderstood.

dinsdag 15 augustus 2017

Penrose poëziefestival 2017, Vondelbunker, Amsterdam, 13 augustus 2017



Organisator, lied- en puntdichter (‘met kerst is het konijn het haasje’) Are Meijer is er opnieuw in geslaagd een fantastische locatie te vinden voor het vierde Penrose poëziefestival. De atoomschuilkelder uit 1947 in het Vondelpark voldoet uitstekend als gelegenheid waarin zeven uitgenodigde dichters hun werk naar voren kunnen brengen. Boven de hoofden van de dichters knarst de tram vol mensen die zich totaal niet bewust zijn wat zich onder hen afspeelt in de veiligheid die de schuilkelder biedt. 


De muziek is andermaal van Annemarie Brijder. Zij voegt net dat noodzakelijke ingrediënt toe dat zo’n drie uur durend spektakel nog levendiger maakt.Ze begint met een ode aan Nijmegen, de stad van een vroegere geliefde, brengt een tegenwicht tegen alle slecht nieuws op de televisie, zingt in het Frans voor haar nichtje Elise en is er tenslotte wel klaar mee. 

Dit maal heeft Meijer acht dichters uitgenodigd, die - op Gerda Posthumus uit Vlieland na - vanuit alle hoeken van het land, van Groningen tot Limburg, en zelfs uit Gent gekomen zijn. Omdat de laatste Erika de Stercke (Ninove, 1968) volgens Meijer sterk beïnvloed wordt door hetgeen ze om zich heen hoort, mag ze aftrappen en ze doet dit met veel elan met gedichten, die uit het dagelijks leven ontleend zijn, te beginnen met Wakker en daarna onder andere over de zeven vergeten groenten. Tussendoor vertelt ze een aantal Belgenmoppen, waarbij de mop over de vraag waarom een Belg een mes in de auto meeneemt al door de zaal beantwoord wordt, namelijk om de bochten af te snijden.

Eric Jansen (Culemborg, 1962) zet zijn bril op omdat hij zijn gedichten in het rode spotlicht nauwelijks kan zien, maar als er een foto gemaakt wordt zet hij hem gauw weer af. Hij laat weten dat veel van zijn voorgedragen werk in zijn vierde bundel Einde eiland staat, dat vooral verhalende observaties met een, naar ik beluisterde, vervreemdende werking bevat. Poëzie is voor hem een levensreddend medicijn en hij geniet ervan om dit te delen met lijders aan dezelfde ziekte. Hij begint met Openingszinnen over het woonwerkverkeer en eindigt met Voortbestaan: 's Nachts sta ik op / in mijn droom / pak pen en papier / en ga onder bruggen liggen / schrijven. Daartussen door leest hij Naderende vrijheid over een man die steeds meer gaat geloven in de kritiek die een vriend op zijn vrouw heeft, De mannen die niet meer terugkwamen over de groep die ooit een pakje sigaretten ging kopen, maar toch besloot om weer op te duiken, Serpent over een vervellende vrouw, en In de duinen (zie hieronder).

Robin Veen (Den Haag, 1953) vertelt dat hij zijn gedichten met een mooie regel begint en dat het einde ongewis is. Vandaag leest hij het verhalende gedicht Glas voor, dat twee delen bevat waarbij het eerste deel over een vrouw en het tweede deel over haar zoon gaat, die een moeilijke verhouding met elkaar hebben. Na de pauze leest hij nog vijf gedichten, te weten Illusies, De grens, Bruin café, Kom je ook?, Schizofreen en als toegift het sonnet Ooit.



Meliza de Vries is in Sri Lanka geboren en voelt zich duidelijk thuis op het podium. Ze timmert hard aan de weg, leest voor uit een dik aantekeningenboekje met intelligente en zelfbewuste poëzie. Ze schreef speciaal voor deze gelegenheid in de atoomschuilkelder het gedicht F5 toets (zie hieronder), leest vele andere gedichten voor zoals Spam, waarin ze zegt dat mensen het mooist zijn als ze ongewenst zijn, Eilandhoppen, hetgeen in haar geboorteland toch iets heel anders is dan op Vlieland, haar bekroonde bijdrage Liefste voor een liefdesbrievenwedstrijd en eindigt, omdat we in de buurt van Artis zijn, met Pinguïns over het meten met één maat.

Frans Terken (Heerlen, 1949) debuteerde in 1969 in de Dichtershoek van NRC en woont tegenwoordig in de omgeving van Leiden. In 1999 hervatte hij zijn poëtische werk in een fraaie gedragen stijl, onder andere tijdens de Haarlemse Dichtlijn. Hij begint met Zomerzinnen naar aanleiding van de tour van de Poëziebus, leest voor uit gedichten die hij in Eijlders voordroeg, zoals Waar ligt de grens? Na de pauze leest hij onder andere voor uit de bundel die hij met Joop Scholten maakte, zoals het gedicht In kamers gerommeld. 



Jan Kal (Haarlem, 1946) behoeft geen introductie, maar Meijer houdt toch diens bundel Praktijk hervat in de hoogte die hij op de middelbare school bij De Slegte in Groningen kocht. Kal leest eerst bekende sonnetten van hemzelf, zoals Mont Ventoux en Cruijff 50, daarna latere sonnetten zoals Bomaanslag Bologna waarin hij ternauwernood ontsnapt aan een terroristische aanslag in 1980, en tenslotte sonnetten uit de Europese traditie. Hij begint met het allereerste sonnet dat hij ooit schreef, Uitgeschreven geheten. Tegenwoordig maakt hij sonnetten op basis van zijn dromen hetgeen hallucinerende inhoud oplevert waarbij Janine Jansen moeiteloos overgaat in Daphne Schippers of, tijdens een stadswandeling met Max Pam, de Grote Markt in Haarlem steeds maar wijkt. Het Franse sonnet baseerde zich op Petrarca. De Franse hofdichter Pierre de Ronsard werkte Een hagelwitte hinde uit 1304 om tot Een hertenjong. Veel van zijn sonnetten gaan over de onbeantwoorde liefde met titels als Die gouden lokken of De verliefde dokter. Op zijn sterfbed dichtte hij Ik heb nog botten slechts en voor hij de laatste adem uitblies ’t Is klaar.  


Anneke Wasscher (Leek, 1946) viert haar tienjarig jubileum als dichter en schrijver van korte verhalen. Half oktober verschijnt haar eerste bundel met voornamelijk weemoedige gedichten bij uitgeverij Contrast. Wasscher leest gedichten voor over relaties zoals de uitweg (zie hieronder), Het sprak vanzelf over het gemis van een echtgenoot en Verboden liefdes over een liefde die nooit verwerkelijkt werd. Controle gaat over een borstonderzoek. Ze leest ook over ouderdom en sluit af met Symbool, dat over de stof van de Davidster gaat naar aanleiding van een bezoek aan Westerbork. 

Hier mijn verslag van het Penrose poëziefestival 2016,
hier de site van Are Meijer,
hier de site van Annemarie Brijder met daarop enkele nummers die ze zong,
hier een aantal deze middag niet voorgelezen gedichten van Erika de Stercke op de site van Leestafel,
hier In de duinen, een favoriet gedicht van Eric Jansen,
hier de site van Robin Veen,
hier de site van Meliza de Vries met daarop F5 toets en We zouden opnieuw kunnen beginnen (p.3), Liefste (p.13) en Eilandhoppen (p.29),
hier de blogspot van Frans Terken met daarop Waar ligt de grens?,
hier Mont Ventoux en Cruijff 50 op Gedichten.nl,
hier meer over Anneke Wasscher op Meander, hier haar gedicht de uitweg, hier Het symbool.

Met dank aan Onno Wijchers en Anneke Wasscher en haar man voor de foto’s.



Filmrecensie: Sokolovo (1974), Otakar Vávra


Fraaie uitbeelding van een strijdvaardig Tsjechisch bataljon in Rusland

Sokolovo is een op waarheid gebaseerde film over de slag bij het in de titel genoemde dorp in de buurt van Charkov waar een bataljon Tsjechen onder leiding van generaal Ludvik Svoboda de opmars van de Duitsers in 1943 verhinderde. De film brengt naast de heftige strijd ook de voorgeschiedenis in beeld en toont daarmee een fraai stukje moderne geschiedenis.

Het verhaal start in 1942, een zwaar jaar waarin het Rode Leger de Duitsers terugdrong, maar niet voor altijd. Het eerste deel deel start met een toespraak van het Tsjecho-Slowaakse parlementslid Gottwald aan de Tsjechische manschappen, van wie een deel al als vrijwilliger in de Spaanse burgeroorlog had gevochten, in Boezoloek. Gottwald prijst de samenwerking met de Russen. Daarna zien we een tegengestelde toespraak van Heydrich in het bezette Praag. Hij zegt daarin dat hij plannen heeft tot deportatie van schadelijke elementen. Zijn aanwezigheid lokt een aanslag uit, die helaas mislukt. Als represaille laat Heydrich de stad Lidice met de grond gelijk maken en alle mannen executeren. De barbaarse actie roept een behoefte aan wraak op bij het bataljon dat uit een kleine duizend man bestaat. De regering in ballingschap in Londen onder leiding van president Benes is niet zo blij met de toespraak van Gottwald, want na de oorlog wil men het liefst een onafhankelijk land en geen vazalstaat van de Sovjet Unie worden. Een minister wordt naar Boezoloek gestuurd om de toenadering tot de Russen tegen te houden. Promoties worden niet goedgekeurd en vrouwen mogen niet mee naar het front.

De Tsjechische soldaten helpen inmiddels de lokale bevolking met de oogst. Berichten dat er rond Stalingrad zwaar gevochten wordt, leidt tot een verzoek van Svoboda om deel te nemen aan de strijd. In januari 1943 wordt dat ingewilligd en gaan de mannen op weg, maar nog voor ze aankomen zijn de Duitsers aan de terugtocht begonnen. Vávra werpt daarna een blik op de toestand in Praag waar een gezin dat betrokken is bij het verzet naar de radio luistert om te horen over een zoon die bij het bataljon zit.
In februari 1943 dolen de manschappen door de steppe. Ze reizen ’s nachts om vijandelijke vliegtuigen te ontwijken en hebben het zwaar.

In het tweede deel maakt het bataljon zich op voor de strijd rond Charkov. Rust krijgen ze niet van de Russische veldheer, want ze zijn hard nodig om de opmars van de Duitsers te stuiten. Ze dienen tanks tegen te houden over een gebied van twaalf kilometer en spitten daartoe loopgraven in de buurt van het dorp Sokolovo. De lokale bevolking is hen terwille, zoals we zien in een fragment waarin een soldaat een lamp krijgt om in het ieder geval in het donker de kaart te kunnen lezen. Inmiddels wordt in Praag de man van het gezin weggevoerd, waarop de vrouw en zoon Standa onderduiken. 
De kerk van Sokolovo is het laatste bolwerk waar de mannen van Svoboda standhouden maar de overmacht is te groot waardoor ze tenslotte op 8 maart, internationale vrouwendag, roemloos ten onder gaan. Door hun tegenstand vertraagden ze wel de opmars van de Duitsers.

Hier een fragment in de sneeuw als de in het wit geklede mannen van Svoboda stuiten op een groep Duitsers. Omdat het fragment niet ondertiteld zet ik er maar bij dat een verkenner erop uit wordt gestuurd om te zien met hoeveel vijanden men te maken heeft. Die verkenner wordt door De Duitsers gezien, maar weet toch een aantal van hen uit te schakelen. De film is in zijn geheel op Youtube te zien.

maandag 14 augustus 2017

Wim Opbrouck, Zomergasten, 13 augustus 2017


Achter een culturele duizendpoot schuilt een Gutmensch

De West Vlaming Wim Opbrouck komt meteen over als een gepassioneerde Belg die zich graag in het leven dompelt en geen moment voorbij laat gaan om de geneugten daarvan tot zich te nemen. Hij is dan ook een man met veel kanten. Ooit wilde hij kok worden, maar hij heeft zijn hart verpand aan het toneel, was werkzaam bij NTGent, ook vijf jaar als artistiek leider en is, naast zanger, bezig met een scenario voor de film Het hout van Jeroen Brouwers. Hij had nog wel zijn twijfels of hij het komende seizoen de Vlaamse versie van Heel Holland bakt moest gaan presenteren, maar dat kon blijkbaar ook nog wel op zijn vork. Des te opmerkelijker is het dat hij halverwege de uitzending tegen Janine Abbring zegt dat hij nogal grumpy is voordat hij aan en voorstelling zoals deze Zomergastenuitzending begint. Daaruit blijkt dat we met een toneelspeler te maken hebben die zichzelf neerzet zoals hij wil.

Opbrouck was altijd al een grote fan van Zomergasten. Hij gebruikte het programma om aan beeldmateriaal te komen dat in de jaren tachtig schaars was. Hij laat als eerste fragment een stukje zien uit de uitzending van Peter van Ingen met Jan Wolkers, die vertelt over een bezoek aan het graf van Dylan Thomas, waarbij zijn zoontjes de bijzondere steentjes meenamen die op diens graf in Wales lagen. Wolkers vond een van die steentjes later in zijn auto, dacht dat het een snoepje was en beet daardoor een kies kapot, hetgeen voor Opbrouck alleen maar iets toevoegt aan de heroïek van Thomas.
Exaltatie kan hem niet ontzegd worden, maar dat heb je natuurlijk al gauw bij een acteur.

Abbring, die nog net niet aan heldenverering doet, stelt vast dat de zwaarlijvige Opbrouck heel licht beweegt. Ze heeft dat geconstateerd toen ze voorafgaande aan dit gesprek een voorstelling van hem in Groningen bezocht. Opbrouck, die in de film Mont Ventoux juist degene was die nauwelijks de berg opkwam, vertelt dat hij dat van een leraar op de toneelschool geleerd heeft om het licht te houden.

Poëzie is een van zijn bronnen, voor hem geopenbaard door een lerares voordrachtskunst toen hij een jaar of dertien was. Hij werd gebeten door de schoonheid en de complexiteit van de taal waardoor hij bij Thomas aan het goede adres is. Een andere bron is de muziek die hij zelf ook met zijn band maakt. Hij heeft een mooi fragment uitgekozen waarin Reinbert de Leeuw in het programma Toonmeesters in Katowice samen met componist Henryk Górecki de ziel uit zijn lijf musiceert. De schaamteloze durf kan volgens Opbrouck alleen maar naar buiten komen als de situatie veilig is, zo heeft hij ook als acteur ondervonden. Muziek speelt ook een belangrijke rol in de film zoals de meesterlijke verbeelding van Paolo Sorrentino van het leven van de Italiaanse politicus Andreotti in Il divo.

Zijn aantreden als artistiek leider bij NTGent was niet de gelukkigste tijd in zijn leven, zo wordt duidelijk uit de moeite waarop Opbrouck zich over de kwestie uit die zelfs gemaakt heeft dat hij tegenwoordig freelancer is geworden. Hij koppelt dit heel fraai aan een Franse restauranthouder die anders wilde koken dan de familietraditie voorschreef maar tenslotte de hond in de pot vond en toch maar weer de zalm met zuring op het menu zette. Opbrouck constateert dat er eb en vloed is, een komen en gaan.

Veiligheid en vertrouwen spelen een cruciale rol als het gaat om intieme contacten. Opbrouck heeft een fragment uitgekozen uit de documentaire Ik zal uw naam niet noemen, waarin Ted van Lieshout worstelt met de intieme relatie die hij had met de man die hij in zijn boek Mijn meneer beschrijft. De nuance kan nooit genoeg benadrukt worden. Dat vormt een mooi bruggetje naar zijn bewerking van Het hout. Abbring legt hem een scène uit het boek voor waar hij zijn filmvisie op moet geven. Opbrouck vertelt dat hij veel geleerd heeft van de manier waarop Francis Ford Coppola met The godfather omging. De martelscène in Het hout moet wat hem betreft genadeloos worden. 

Het mooiste heeft Opbrouck voor het laatst bewaard. Beelden uit de anti-oorlogsfilm Paths of glory brengen hem tot de vaststelling dat we na de twee wereldoorlogen nog weinig geleerd hebben, waardoor we enkel nog met smart kunnen luisteren naar de hartstochtelijke woorden van de getormenteerde Nina Simone uitgesproken in Montreux in 1976 en opgenomen in de documentaire What happened, Miss Simone? Daarin roept ze het publiek op om toch vooral minder onwetend te zijn over de pijn die overal in de wereld geleden wordt. Dat is ook vandaag de dag geen luxe uitspraak.  

Hier mijn bespreking van Ik zal uw naam niet noemen,
hier die van Mijn meneer,
hier die van Paths of glory,
hier die van Mont Ventoux,
hier die van Het hout,
hier die van Onder het melkwoud,
hier die van Il divo.

Ants on a shrimp (2016), documentaire van Maurice Dekkers


Restauranthouder geniet ervan uit de comfortzone te gaan

Maurice Dekkers, bekend van de televisieserie Keuringsdienst van waarde, volgt in Ants on a shrimp de tijdelijke verhuizing van het befaamde Deense restaurant Noma uit Kopenhagen naar Tokio. Eigenaar René Redzepi wil na vijfentwintig jaar wel weer iets anders en biedt aan om in Tokio een maand lang een viertiengangen menu te bereiden. Daartoe bezoekt hij met een aantal medewerkers plekken in Japan die hem aan gerechten kunnen helpen en laat hij, voorafgaande aan de opening, een team onder leiding van Lars Williams in de kelder van het tijdelijke restaurant nieuwe gerechten uitproberen. In een van de eerste beelden zien we eenden die geplukt worden.

Redzepi is een sympathieke, maar tegelijk ook erg kritische man. Gelukkig kunnen, naast de genoemde Williams, zijn naaste medewerkers Thomas Frebel, Dan Giusti, Kim Mikkola en Rosio Sanchez, die allemaal een andere achtergrond hebben, goed met zijn kritiek omgaan. Williams heeft vooral moeite met de taal en de andere groenten, vreest de hoge verwachtingen en voelt zich daardoor onder druk gezet. Hij legt anderen uit hoe ze de bijtschildpadden moeten doden en eet zelf na het werk een gewone pizza. Frebel kijkt onverstoorbaar als Redzepi na aankomst in Tokio een dikke wilde kiwi-soep afkeurt. Hij weet dat falen het uitgangspunt is en vat de kritiek van zijn baas, die niet wil terugvallen op oude patronen, niet persoonlijk op. Sanchez, die tijdens de voorbereidingen dertig jaar oud wordt, vertelt dat ze de hele dag samen met anderen werkt en sterk op haar intuïtie afgaat.  

Dekkers houdt de spanning erin door langzaam naar de opening van Noma in Tokio toe te werken. Hij filmt drie maanden daarvoor in Kopenhagen een uitwisselingsproject op de zaterdagavond waarop iedereen een nieuw gerecht aan de anderen voorzet. Redzepi is zeer te spreken over een gerecht met vissensperma dat de Braziliaanse Vivienne gemaakt heeft. Voor een beginneling zeker een gewaagd idee. Redzepi vindt het leuk om na te denken over de betekenis van zijn nieuwe stap om in Tokio nieuwe gerechten op tafel te zetten. Hij wil een eigen stijl ontwikkelen en trekt daartoe met de anderen het land door om allerlei voedingsmiddelen zoals een wilde kiwi, witte aardbeien en bijzondere paddenstoelen te keuren. Hij wil op zijn tocht geen toerist zijn maar een onderlegde reiziger, maar weet dat hij niet kan concurreren met de eeuwenoude Japanse traditie. Een gerecht met de bijtschildpadden valt daardoor af. Wel zet hij als eerste gerecht levende lagoustines voor. Dat haalt de gasten meteen uit hun ritme.

Repzepi doet denken aan de perfectionist Sergio Herman die door Willemiek Kluijfhout in de documentaire Sergio Herman Fucking Perfect (2015) werd geportretteerd. Herman had ook een tomeloze ambitie. Hij bezat twee goedlopende restaurants in Zeeuws Vlaanderen, maar wilde ook een restaurant in Antwerpen openen. Anders dan Herman lijkt Redzepi niet te lijden onder zijn eerzucht. Hij spreekt de bipolaire Mikkola rustig aan over een misstap die hij begaan heeft. Zelf is Repzepi de lijm in het geheel. Op de dag voor de opening is organisator Giusti op van de stress en ook de anderen krijgen last van nervositeit en daarom zijn de positieve reacties een grote opluchting. 

Hier de trailer van Ants on a shrimp, hier mijn bespreking van Sergio Herman Fucking Perfect.

zondag 13 augustus 2017

Theaterrecensie: Het failliet van de moderne tijd (2016), Tim Fransen, televisieregistratie.


Veelbelovend talent met een mooie toon en een aansprekende inhoud

De televisieregistratie van Het failliet van de moderne tijd, waarmee cabaretier Tim Fransen in De Kleine Komedie in Amsterdam debuteerde, maakt duidelijk dat we te maken hebben met een nieuw en oorspronkelijk talent. De toon is goed en de persoon sympathiek. Inhoudelijk heeft Fransen ook iets te zeggen. Zijn mengeling van cabaret en filosofie zorgt voor een nieuwe invalshoek in een theatersoort die ten onder dreigt te gaan aan egotripperij. Exercities op de vleugel en pentekeningen die spontaan achter Fransen verschijnen, geven hem de nodige ruggensteun. Het was alleen jammer dat hij soms moeilijk te verstaan was.

Het is mooi dat Fransen dicht bij zichzelf begint. In het zolderkamertje aan de Marnixstraat dat hij als filosofiestudent betrok. Dat voorkomt allerlei pretentieus gezoek naar de juiste vorm en neemt de toeschouwer voor hem in. Op dat zolderkamertje was nauwelijks ruimte voor een piano, maar die kwam er wel. Tegen de enige rechte muur die het kamertje bezat. De pianostemmer vertelde hem dat er geen perfecte manier van stemmen is. In het Westen hanteert men de gelijkzwevende stemming, een term, die een hoopvolle relativiteit weergeeft, waarmee Fransen zijn programma ook besluit: in samenhang met elkaar krijgen de tonen hun betekenis.

In zijn show gaat hij vooral uit van Friedrich Nietzsche en behandelt hij de idee dat God dood is en dat de mens het nadien allemaal zelf mag en moet uitzoeken, hetgeen niet zo gemakkelijk is. Ook niet voor een student filosofie die, mogelijk als overcompensatie voor het niet verkrijgen van zijn veterdiploma, cum laude is afgestudeerd. Hij heeft zoveel bagage meegekregen dat hij niet eens meer spontaan kan reageren op een simpele opmerking van een aardig meisje met wie hij in gesprek is geraakt. De vrijheid, die ook het onderwerp van zijn scriptie vormde, is een moeilijk te vatten en te realiseren begrip. De absurditeit van het bestaan bepaalt ons leven, zoals Albert Camus al stelde.

Fransen gaat vooral in op de vraag of het leven de moeite waard en zo niet of collectieve zelfmoord dan niet op zijn plaats zou zijn. Sinds de Verlichting leeft de mens in een rationele orde, die geen aanspraak kan maken op waarheid. Het gevoel overheerst als het daarover gaat. Fransen neemt, omdat hij ervan uit gaat dat er veel snackbarmedewerkers in de zaal zitten, de bamischijf als voorbeeld, die in tegenstelling tot een macaronischijf algemeen geaccepteerd wordt.

In een hele mooie scène aan de hand van de film Braveheart legt Fransen uit hoe moeilijk het tegenwoordig is om alle neuzen dezelfde richting op te krijgen. Altijd is er wel iemand die een kritische opmerking maakt of een wijsneus die denkt het beter te weten. Hij gaat zelfs het gesprek met het publiek aan over de waarde van knuffelen, heeft een mooie act over free huggs en concludeert dat intimiteit niet af te dwingen is.

De afgestudeerde politiek filosoof heeft niet zoveel op met het activisme dat zijn vrienden voorstaan. Als hij eens meedoet met een demonstratie en daarna ook het spreekgestoelte bestijgt krijgt hij lauwe instemming met zijn opmerking dat we niet voor collectieve zelfmoord hoeven te kiezen, al kon het ook zijn dat zijn woorden niet goed overkwamen omdat de wind verkeerd stond. In een grappige toegift bespreekt Fransen een aantal vragen die hem vaak gesteld worden. De antwoorden zijn grappig en gevat, maar dat neemt niet weg dat de verwachting over fundamentele kritiek op de moderne tijd niet waargemaakt wordt. Wellicht is dat iets voor de tweede show Het kromme hout der mensheid. Op de website meer informatie daarover.  

Hier de trailer van Het failliet van de moderne tijd, hier de website van Tim Fransen. De foto is van Floren van Olden.

Zaatari djinn (2016), documentaire van Catherine van Campen


Hoopgevende portretten van Syrische kinderen in een Jordaans vluchtelingenkamp

Na de intrigerende en onthullende documentaire Garage 2.0 over het wel en wee van een garagebedrijf in Vianen, vervolgt documentairemaakster Catherine van Campen haar weg door het Jordaanse vluchtelingenkamp Zaatari. waar veel Syrische kinderen verblijven. Hoewel ze weinig perspectief hebben geen ze de moed niet op. Van Campen volgt drie kinderen, twee meisjes en een jongen, die zich met goede moed door hun verblijf slaan. De cameravoering is prachtig helder, net als de gezichten van de kinderen. Dan is er ook nog de djinn die zijn geestkracht het leven onzichtbaar beïnvloed. Helaas werd in de tv versie die ik zag het portret van de achtjarige Hammoud onthouden.
  
Het eerste beeld is al heel mooi. Een jongen volgt met een lege waterfles een druppelend spoor dat een waterwagen van Unicef achterlaat. Het symboliseert iets van hoop in de onvruchtbare woestijngrond.

De dertienjarige Fatma geeft de planten water, maar is sip omdat haar haan geslacht is. Die was haar beste vriend aan wie ze haar geheimen kon doorvertellen. Zij doet graag lippenstift op, maar haar moeder haalt dat er weer vanaf omdat ze vindt dat haar dochter daar nog te jong voor is. De haan, zo hoort Fatma, werd geslacht en door het gezin opgegeten maar zelf heeft ze er geen hap van genomen. Ze doet nogal wild met een sprinkhaan die ze in een potje heeft gestopt, waarop haar moeder met haar een nieuwe haan gaat kopen, die Fatma als een baby’tje knuffelt.

De tienjarige Ferras verkoopt raha snoep in het kamp. Hij roept dat het de smaak van Deraa heeft. Zijn vader kijkt naar televisiebeelden van verwoestingen in Syrië. Ferras koopt maïzena voor zijn vader die daar snoep van maakt. Ferras wil later het liefst groenteboer worden of een supermarktje beginnen. Hij zegt dat zijn vader niet lekker in zijn vel zit en vindt het ook niet zo slim dat zijn vader hertrouwd is maar dat mag hij niet tegen hem zeggen want dan wordt hij kwaad. Vanwege aanhoudende bloedneuzen gaat hij naar de medische hulpdienst. De doctoren maken een aardig praatje met hem en onderzoeken hem waarop ze hem afraden om het verkoopwerk te staken. In plaats daarvan tekent Ferras vingerpoppetjes en praat met hen.  

De vijftienjarige Maryam maakt foto’s van het kamp en zit in een toneelgroepje waarin zij de dochter van Lear speelt. De regisseur zegt in de nabespreking dat ze minder geremd moet zijn. Maryam belt met haar vader die in Syrië is achtergebleven en vraagt hoe het in het dorp is en hoe het met zijn tuin gaat. De vader zegt dat hij weinig kan doen vanwege bombardementen en een gebroken arm of zelfs twee gebroken armen. Terwijl Maryam de vloer dweilt repeteert ze haar tekst. In de spiegel ziet ze dat ze de ogen heeft van haar vader en ook diens moed. Tijdens de afwas zegt haar moeder dat toneelspelen voor meisjes niet gepast is. De regisseur zegt dat er niets mis mee is en dat ze haar vader maar om toestemming moet vragen. In een brief lijkt Maryam daar niet over te reppen. Tijdens een voetbaltraining horen we dat ze snel teruggaat naar Syrië. De kinderen willen allemaal bij haar in het elftal. Ze geniet van het spelletje.

Van Campen laat de beelden spreken. Die zeggen genoeg over de hoop die we mogen koesteren dat het nog wel goed komt met de mensheid.

Hier de trailer op vimeo, hier mijn bespreking van Garage 2.0.

zaterdag 12 augustus 2017

To stay alive – a method (2016), documentaire van Erik Lieshout


Kunst als middel om boven trauma’s uit te stijgen en zichzelf te verwerkelijken

Erik Lieshout heeft tussen grote producties als Op zoek naar Frankrijk en Made in Europe tijd gevonden om een intieme en aangrijpende documentaire te maken waarin popartiest Iggy Pop fragmenten van het manifest Rester vivant (1981) van Michel Houellebecq voorleest, dat voor hem en vier andere personen herkenning oproept in hun strijd om te overleven. Dichteres Anne Claire (31) mist haar tweelingzus die kort na de geboorte stierf, heel erg, Robert (49) schildert Christusfiguren, schrijver Jerome (59) is gescheiden, heeft in een kliniek gezeten en voelt zich aangetrokken tot het katholicisme, Vincent (53) was een veelbelovend beeldhouwer en werkt in een kelder aan een geheimzinnig project. In de documentaire wordt Vincent gespeeld door Houellebecq zelf.

Pop begint met een aangrijpend verhaal over een zekere Henri die op eenjarige leeftijd verlaten werd door zijn moeder, een gebeurtenis die zwaar op hem inwerkte en waar verder geen handen of voeten aan te geven zijn. Zo’n gebeurtenis maakt ontvankelijk voor de inhoud van het manifest Rester vivant, een handleiding in vier delen om te kunnen overleven en zelfs een identiteit op te bouwen die voor de meerderheid van de mensen niet gegeven is.

1: lijden

Het is belangrijk om terug te gaan naar de bron. Alleen het gevoel telt, al het andere is bijkomstig. Iggy Pop refereert hieraan in het nummer Open up and bleed. Hij leest voor over Marc die tien jaar is en moeilijk uit de weg kan met een vader die kanker heeft en in het ziekenhuis ligt. De jongen voelt zich schuldig omdat hij wil dat zijn vader doodgaat. De vijftienjarige Michel werd genegeerd door meisjes, terwijl hij een gelukkige jeugd had. Het contrast vormde zijn gevoeligheid voor lijden.  

2: leren spreken

Pop zegt dat hij begon met ongearticuleerde muzikale klanken, maar dat het belangrijk is om daar niet in te blijven hangen. Door structuur kan men aan zelfmoord ontkomen. Het is belangrijk is om het verleden achter zich te laten en op het gepijnigde lichaam te vertrouwen. Het is niet nodig een nieuwe vorm te vinden. Het creatieve deel in ons gaat zijn eigen gang wel.

3: overleven

Om voort te bestaan is het nodig om een baan te nemen zoals Pessoa deed, ook al is dit niet gemakkelijk. Anne Claire werkt als receptioniste, maar vindt dat haar talent daardoor in de verdrukking komt. Ze begrijpt wel dat mensen door een baan niet meer in opstand komen. Men hecht zich aan de kleine voordelen die het oplevert.  

4: slaan waar het pijn doet

Passie doorbreekt de cirkel en biedt een vergezicht op de eeuwigheid zonder dat daar verder hoop aan ontleend kan worden. Pop gaat naar het huis waar Houellebecq woont. Samen zitten ze op de bank, luisteren naar klassieke muziek, terwijl Pop een glas cognac drinkt dat Houellebecq voor hem heeft ingeschonken. Houellebecq koestert de eenzaamheid, die niet afneemt, Pop raakte na zijn opname in een kliniek teleurgesteld in de punkbeweging, maar begrijpt dat hij niet bang heeft te zijn en dat hij oog in oog met de eeuwigheid staat.

Het nihilisme van Houellebecq komt duidelijk in zijn manifest naar voren, maar het biedt mogelijk een houvast voor getormenteerde mensen die elke hoop op een sociaal leven hebben opgegeven. Als reddingsboei is er de kunst, volgens Houellebecq een zwak maar helder signaal voor hen die het bijna opgeven.

Hier de trailer van To stay alive – a method, hier een interview met Lieshout in de Filmkrant, hier mijn bespreking van Op zoek naar Frankrijk, hier die van Made in Europe. Leven, lijden en schrijven, de Nederlandse vertaling van Rester vivant is opgenomen in de bundel De koude revolutie (2003).

Filmrecensie: The farewell party (2104), Tal Granit


Lichtvoetige film over een beladen onderwerp

Israëlische films staan bekend om een vervreemdend soort humor, zoals bijvoorbeeld The band’s visit (2007) waarin een Egyptisch fanfareorkest wordt  uitgenodigd om in Israël te komen optreden of Lebanon (2009), waarin de oorlog tussen Israël en Libanon gefilmd wordt vanuit een tank.  Tal Granit (Tel Aviv, 1969) voegt daar met zijn eerste lange speelfilm The farewell party, ook wel bekend als Mita Tova, een zwarte komedie over euthanasie aan toe, die net zo absurd als vermakelijk is.  

De film begint met de blik op de rug van hoofdpersoon Yehezkel, die, zoals we in het begin van de trailer zien, vanuit het bejaardenthuis waar hij en zijn dementerende vrouw Levana wonen, een intern telefoongesprek voert met de zieke Zelda en daarbij doet alsof hij God is en haar veel sterkte toewenst met haar behandelingen tegen kanker die ze moet ondergaan. Een verpleegster probeert hem het gesprek te laten beëindigen, maar moet later toch ook wel lachen als de vrouw terugbelt en zij antwoordt dat God even naar de wc is.

De aard van de film wordt meteen duidelijk tijdens een bezoek van Yehezkel en Levana aan hun ernstig zieke vriend Max Finkel, die hem vraagt asjeblieft een eind aan zijn lijden te maken. Hoewel Levana daar ernstig op tegen is, zoekt Yehezkel samen met Yana, de vrouw van Finkel, naar een oplossing. Omdat de in het tehuis wonende, homoseksuele dierenarts Daniel alleen een verdoving wil geven, ontwikkelt Yehezkel een machine die vervolgens het dodelijke medicijn toedient.   

Vanwege het feit dat Levana wordt opgenomen in het ziekenhuis, heeft Yehezkel geen tijd om aanwezig te zijn bij de euthanasie van Finkel en daardoor wordt de bijeenkomst uitgesteld. Omdat Levana na ontslag niet alleen kan blijven gaat ze met haar man mee naar Finkel, die een videoboodschap inspreekt waarin hij verklaart dat hij een eind aan zijn leven wil maken. Na de geslaagde actie rijdt Yehezkel veel te hard naar huis, waarop hij bekeurd dreigt te worden, maar de huilende Yana en Levana doen de agent besluiten de boete niet te geven.

Inmiddels zijn er anderen die lucht hebben gekregen van de actie en ook de hulp inroepen, zoals  Dubek die een doodzieke vrouw heeft en wanhopig is over haar lijden aan longkanker. Na de nodige twijfels en chantage besluit Yehezkel op hulp in te gaan. Op de terugweg rijdt hij weer heel hard omdat hij van zijn dochter Noa heeft gehoord dat er iets mis is met zijn vrouw. Hij krijgt een angstaanval als hij weer op de bon geslingerd dreigt te worden, maar dat eerste valt mee en ook Levana komt er nog met de schrammen vanaf. Als ze vervolgens echter bloot in de eetzaal verschijnt, wordt de toestand nijpender, hoewel Daniel en zijn homoseksuele vriend Rafi hun schouders erover ophalen. Ze gaan zelf op een avond naakt in een kas zitten, waarna Yehezkel, Levana en Yana zich bij hen voegen en veel plezier hebben, tot ze door de directrice daarop worden aangesproken. 

Vanwege de verslechtering van de toestand van Levana neemt  Yehezkel met haar een kijkje in een verpleeghuis, maar dat zien ze niet zitten. Als Yehezkel een boodschap aan het doen is, neemt Levana een overdosis, waarna Yehezkel haar nog net op tijd kan redden. Zijn eigen gemaakte machine biedt een uitkomst die voor hem en voor haar heel wat bevredigender is.

Tijdens de euthanasie van de vrouw van Dubek klinkt het prachtige lied Niemandsland ofwel Eretz Lahadam in het Ivriet.  

Hier de trailer van The farewell party, hier een recensie van Ezra Glinter in Forward, hier mijn bespreking van The band’s visit, hier die van Lebanon.

vrijdag 11 augustus 2017

Recensie: Baltische zielen (2010), Jan Brokken


Lilliputterstaten overleven door culturele diepgang

Jan Brokken veroverde eerder mijn hart met In het huis van de dichter (2008) over zijn vriendschap met de naar het Westen uitgeweken Russische pianist Youri Egorov. Het duurde te lang voor ik een ander boek van hem ter hand nam, maar Baltische zielen is weer een voltreffer en geeft in vijftien hoofdstukken een sterk beeld van de geschiedenis en de cultuur van Estland, Letland en Litouwen, die samen de Baltische Staten vormen. Het gevaar dat de besproken portretten van bekende en onbekende Balten ten onder gaan aan informatie wordt afgewend, omdat Brokken de feiten weer knap doseert en afwisselt met persoonlijke anekdoten. Met zijn mix van algemene beschouwing en persoonlijke ervaring lijkt hij een voorbeeld te zijn geweest voor schrijvers zoals Frank Westerman.

Zijn eerste reis naar Estland in 1999 wekt meteen de interesse van de lezer op, omdat hij zichzelf niet buiten beschouwing laat. Aan boord van een vrachtschip met Nederlandse bemanningsleden komt Brokken per toeval in Pärnu terecht. ‘Reizen,’ zo schrijft hij aan het eind van het eerste korte hoofdstuk, ‘is immers, met luisteren en lezen, de kortste en de leerzaamste omweg naar jezelf.’ De bijgevoegde cd met muziek van de Est Arvo Pärt (1935) en diens collega’s ondersteunt de geschetste sfeer.

Velerlei typen komen in dit indrukwekkende reisverslag naar voren. Zo is er het wel, maar vooral het wee van de familie van boekhandelaar Jãnis Roze in Riga. Brokken praat men diens kleinzoon Ainar, die later de winkel weer heeft opgebouwd en ternauwernood aan chantage door de Russen ontsnapt. Brokken hoort dat diens moeder Aina de uit haar hoofd geleerde gedichten van Poesjkin declameerde om de honger en de kou in het strafkamp in Siberië te vergeten. Ainar blijkt zelf een Russische geliefde te hebben, waarmee gezegd is hoe ingewikkeld de verhoudingen zijn.

Daarmee legt Brokken een lijntje naar moeilijke vader zoon verhoudingen in de volgende hoofdstukken. Allereerst tussen vader Michael en zoon Serge Eisenstein (1898), die later cineast werd. De vader steunde tijdens de Russische Revolutie de mensjewieken, de zoon de bolsjewieken. De revolutie maakte een kunstenaar van de zoon in plaats van een ingenieur zoals zijn vader gewild had. Eisenstein werd de uitvinder van de filmmontage, maar beleefde vanwege seksuele problemen een weinig gelukkig levenseinde.

Ook vader Markus en zoon Gidon Kremer (1947) konden het slecht met elkaar vinden. De vader voelde zich schuldig dat hij de Tweede Wereldoorlog overleefd had en legde daarmee een last op de schouders van zijn muzikaal begaafde zoon. Samen met de net zo geniale medestudent Philippe Hirschhorn vluchtte Gidon naar het Westen. Hij staat schutterig op de foto met Boudewijn en Fabiola na de derde prijs op het Koningin Elisabeth Concours in Brussel in 1967. Opmerkelijk was de dansende stijl waarmee hij de viool bespeelde, zoals een andere foto laat zien, genomen tijdens de opname van Fratres van Pärt wiens leven in een later hoofdstuk ook nog uitgebreid besproken wordt. Hirschhorn, die de eerste prijs won, speelde daarna nooit meer omdat hij het hoogste bereikt had. ‘Boven God zit niets meer, behoudens gekte,’ luidt het commentaar van Brokken.

Na Riga vervolgt Brokken met portretten uit de stad Vilnius in Letland. Hij ontmoet leraar Jiddisch Dovid Katz en krijgt van hem informatie over Romain Gary (1914), die eerder Roman Kacew heette, hetgeen slager betekende. Gary was een man met vele talenten. Eerst was hij consul, daarna vliegenier en tenslotte schrijver, onder andere bekend van La vie devant soi. Brokken haalt Alfred Döblin aan die de intense religieuze cultuur en het latere antisemitisme in de stad beschreef. Ook Nobelprijswinnaar Milos Cezslaw doet een duit in het zakje. Nog beter dan Gary, merkt Brokken op. Plaatsgenote Loreta Asanaviciūte kwam twee jaar na de Zingende Revolutie in 1989 tijdens een demonstratie onder een Russische tank terecht, maar dat werd in het Westen niet opgemerkt omdat tegelijk de Eerste Golfoorlog uitbrak. Een andere plaatsgenote, Saulé Gaizauskaítė (1963), de jongste van tien kinderen uit een muzikaal gezin, bleef in politiek opzicht juist altijd voorzichtig.

Heftig is de kunstenaarsportret van Chaïm Jacob Lipchitz (1891) die een pogrom in Polen meemaakte en die verwerkte in zijn beeldhouwwerk De schreeuw, dat pas later door de directeur van het Kröller-Müller museum aangekocht werd. Ook het leven van Mark Rothko (1903) was dramatisch, omdat hij bijna alles in zijn leven verloor. Dat van Hannah Arendt in Königsberg, waar ook Kant doceerde, wordt met veel gevoel in beeld gebracht.

Na enkele andere portretten die exemplarisch zijn voor de Baltische geest die heen en weer geslingerd werd tussen grootmachten Duitsland en de Sovjet-Unie, waaronder de Duitse adellijke familie Von Wrangel die ook weer terugkomt in De kozakkentuin (2015), sluit Brokken af met een portret van Herman Simm (1947) die bij de Estse politie werkte, later in dienst trad bij de veiligheidsdienst en daarna automatisch ook voor de Navo, maar al die tijd gegevens doorbriefte naar de Sovjet Unie en later naar Rusland. Hij wordt zelfs in verband gebracht met de ramp met de Estonia in 1994. Veel daarover is nog onduidelijk. Ook omdat in iedere Est wel iets van Simm zit, zoals een anonieme Estse journalist opmerkt. Dat zegt veel over de moeilijke positie waarin men in de Baltische Staten verkeert. Het zou heel wat gemakkelijker voor hen zijn als de landsgrenzen in Europa zouden worden opgeheven en mensen op grond van hun eigen identiteit beoordeeld werden. De door Brokken in het eerste hoofdstuk genoemde trots in de zin van het geloof in alles wat je bijzonder markant en uniek maakt, kan dienen als buffer tegen geweld en onderdrukking. 

Hier mijn verslag van het gesprek tussen Brands en Brokken over De Kozakkentuin.