Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 11 augustus 2017

Recensie: Baltische zielen (2010), Jan Brokken


Lilliputterstaten overleven door culturele diepgang

Jan Brokken veroverde eerder mijn hart met In het huis van de dichter (2008) over zijn vriendschap met de naar het Westen uitgeweken Russische pianist Youri Egorov. Het duurde te lang voor ik een ander boek van hem ter hand nam, maar Baltische zielen is weer een voltreffer en geeft in vijftien hoofdstukken een sterk beeld van de geschiedenis en de cultuur van Estland, Letland en Litouwen, die samen de Baltische Staten vormen. Het gevaar dat de besproken portretten van bekende en onbekende Balten ten onder gaan aan informatie wordt afgewend, omdat Brokken de feiten weer knap doseert en afwisselt met persoonlijke anekdoten. Met zijn mix van algemene beschouwing en persoonlijke ervaring lijkt hij een voorbeeld te zijn geweest voor schrijvers zoals Frank Westerman.

Zijn eerste reis naar Estland in 1999 wekt meteen de interesse van de lezer op, omdat hij zichzelf niet buiten beschouwing laat. Aan boord van een vrachtschip met Nederlandse bemanningsleden komt Brokken per toeval in Pärnu terecht. ‘Reizen,’ zo schrijft hij aan het eind van het eerste korte hoofdstuk, ‘is immers, met luisteren en lezen, de kortste en de leerzaamste omweg naar jezelf.’ De bijgevoegde cd met muziek van de Est Arvo Pärt (1935) en diens collega’s ondersteunt de geschetste sfeer.

Velerlei typen komen in dit indrukwekkende reisverslag naar voren. Zo is er het wel, maar vooral het wee van de familie van boekhandelaar Jãnis Roze in Riga. Brokken praat men diens kleinzoon Ainar, die later de winkel weer heeft opgebouwd en ternauwernood aan chantage door de Russen ontsnapt. Brokken hoort dat diens moeder Aina de uit haar hoofd geleerde gedichten van Poesjkin declameerde om de honger en de kou in het strafkamp in Siberië te vergeten. Ainar blijkt zelf een Russische geliefde te hebben, waarmee gezegd is hoe ingewikkeld de verhoudingen zijn.

Daarmee legt Brokken een lijntje naar moeilijke vader zoon verhoudingen in de volgende hoofdstukken. Allereerst tussen vader Michael en zoon Serge Eisenstein (1898), die later cineast werd. De vader steunde tijdens de Russische Revolutie de mensjewieken, de zoon de bolsjewieken. De revolutie maakte een kunstenaar van de zoon in plaats van een ingenieur zoals zijn vader gewild had. Eisenstein werd de uitvinder van de filmmontage, maar beleefde vanwege seksuele problemen een weinig gelukkig levenseinde.

Ook vader Markus en zoon Gidon Kremer (1947) konden het slecht met elkaar vinden. De vader voelde zich schuldig dat hij de Tweede Wereldoorlog overleefd had en legde daarmee een last op de schouders van zijn muzikaal begaafde zoon. Samen met de net zo geniale medestudent Philippe Hirschhorn vluchtte Gidon naar het Westen. Hij staat schutterig op de foto met Boudewijn en Fabiola na de derde prijs op het Koningin Elisabeth Concours in Brussel in 1967. Opmerkelijk was de dansende stijl waarmee hij de viool bespeelde, zoals een andere foto laat zien, genomen tijdens de opname van Fratres van Pärt wiens leven in een later hoofdstuk ook nog uitgebreid besproken wordt. Hirschhorn, die de eerste prijs won, speelde daarna nooit meer omdat hij het hoogste bereikt had. ‘Boven God zit niets meer, behoudens gekte,’ luidt het commentaar van Brokken.

Na Riga vervolgt Brokken met portretten uit de stad Vilnius in Letland. Hij ontmoet leraar Jiddisch Dovid Katz en krijgt van hem informatie over Romain Gary (1914), die eerder Roman Kacew heette, hetgeen slager betekende. Gary was een man met vele talenten. Eerst was hij consul, daarna vliegenier en tenslotte schrijver, onder andere bekend van La vie devant soi. Brokken haalt Alfred Döblin aan die de intense religieuze cultuur en het latere antisemitisme in de stad beschreef. Ook Nobelprijswinnaar Milos Cezslaw doet een duit in het zakje. Nog beter dan Gary, merkt Brokken op. Plaatsgenote Loreta Asanaviciūte kwam twee jaar na de Zingende Revolutie in 1989 tijdens een demonstratie onder een Russische tank terecht, maar dat werd in het Westen niet opgemerkt omdat tegelijk de Eerste Golfoorlog uitbrak. Een andere plaatsgenote, Saulé Gaizauskaítė (1963), de jongste van tien kinderen uit een muzikaal gezin, bleef in politiek opzicht juist altijd voorzichtig.

Heftig is de kunstenaarsportret van Chaïm Jacob Lipchitz (1891) die een pogrom in Polen meemaakte en die verwerkte in zijn beeldhouwwerk De schreeuw, dat pas later door de directeur van het Kröller-Müller museum aangekocht werd. Ook het leven van Mark Rothko (1903) was dramatisch, omdat hij bijna alles in zijn leven verloor. Dat van Hannah Arendt in Königsberg, waar ook Kant doceerde, wordt met veel gevoel in beeld gebracht.

Na enkele andere portretten die exemplarisch zijn voor de Baltische geest die heen en weer geslingerd werd tussen grootmachten Duitsland en de Sovjet-Unie, waaronder de Duitse adellijke familie Von Wrangel die ook weer terugkomt in De kozakkentuin (2015), sluit Brokken af met een portret van Herman Simm (1947) die bij de Estse politie werkte, later in dienst trad bij de veiligheidsdienst en daarna automatisch ook voor de Navo, maar al die tijd gegevens doorbriefte naar de Sovjet Unie en later naar Rusland. Hij wordt zelfs in verband gebracht met de ramp met de Estonia in 1994. Veel daarover is nog onduidelijk. Ook omdat in iedere Est wel iets van Simm zit, zoals een anonieme Estse journalist opmerkt. Dat zegt veel over de moeilijke positie waarin men in de Baltische Staten verkeert. Het zou heel wat gemakkelijker voor hen zijn als de landsgrenzen in Europa zouden worden opgeheven en mensen op grond van hun eigen identiteit beoordeeld werden. De door Brokken in het eerste hoofdstuk genoemde trots in de zin van het geloof in alles wat je bijzonder markant en uniek maakt, kan dienen als buffer tegen geweld en onderdrukking. 

Hier mijn verslag van het gesprek tussen Brands en Brokken over De Kozakkentuin.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen